Amsterdammer · week 39
Hans van Onna: de Amsterdammer die op zijn 96ste nog gymnastiekles gaf aan andere ouderen
Hij groeide op in het Amsterdam van vóór de Tweede Wereldoorlog, diende twee jaar als militair in Nederlands-Indië, bouwde een kledingbedrijf met zestig medewerkers op en zag een hele industrie verdwijnen. Maar toen Hans van Onna met pensioen ging, begon misschien wel het bijzonderste hoofdstuk van zijn leven. Hij werd de ogen en oren van de Indische Buurt, schreef tientallen verhalen over zijn wijk en gaf op zijn 96ste nog gymnastiekles aan andere ouderen. Zijn levensverhaal beslaat bijna een eeuw Amsterdamse geschiedenis.

De gymnastiekleraar van 96
Het is juli 2025. In Dagcentrum Kramat in Amsterdam-Oost zit een groep ouderen klaar voor een kwartiertje gymnastiek. De meeste deelnemers zitten op een stoel. Voorzichtig bewegen ze hun armen, strekken hun benen en volgen de aanwijzingen van de man die voor de groep zit. Hun gymnastiekleraar heet Hans van Onna.
Hij is 96 jaar. Hans is eigenlijk zelf bezoeker van het dagcentrum. Twee dagen per week komt hij langs voor activiteiten, een kop koffie en wat gezelligheid. Maar op een dag viel de vaste gymnastiekdocent uit. Hans stak zijn vinger op.
Of hij het misschien mocht overnemen. Hij had vroeger een opleiding gevolgd voor het begeleiden van bewegingsactiviteiten voor zestigplussers. Waarom zou hij die kennis niet gebruiken? De medewerkers ontdekten dat Hans de groep uitstekend kon motiveren.
En zo ontstond een nieuwe gewoonte. Wanneer Hans aanwezig is, wordt er bewogen. In juli 2025 kwam een journalist van buurtkrant de Brug kijken hoe dat eraan toeging. Hans vond het even wennen dat er een fotograaf aanwezig was. Maar de oefeningen gingen gewoon door.
Hij moedigde de groep aan en zorgde ervoor dat iedereen meedeed.
Een man van 96 die andere ouderen helpt om in beweging te blijven.
Wie alleen dat verhaal kent, weet nog maar een klein deel van wat Hans in zijn leven heeft meegemaakt.
Een jongen uit Amsterdam-West
Hans werd rond 1928 of 1929 geboren en groeide op in de Van Kinsbergenstraat, in de Chassébuurt in Amsterdam-West. Het was een andere stad dan het Amsterdam van vandaag. Het dagelijkse leven speelde zich veel meer af in de eigen buurt. Er waren kleine winkels, ambachtslieden en middenstanders die hun klanten persoonlijk kenden.
Mensen kochten hun spullen bij de slager, de bakker en de winkelier om de hoek. Het gezin Van Onna was vertrouwd met de handelswereld. Hans' vader handelde in vlees en bezocht slagers om zijn producten te verkopen. Twee ooms hadden winkels aan het Damrak. De ene was banketbakker, de andere had een chocolaterie.
Werken betekende in die tijd vaak lange dagen maken. Vakantie was voor kleine ondernemers lang niet vanzelfsprekend. Hans herinnerde zich later dat zijn vader eigenlijk nooit op vakantie ging. Er moest gewerkt worden.
Het waren de jaren waarin Amsterdam nog sterk werd bepaald door de kleine zelfstandige ondernemer. Mensen die vroeg begonnen, laat thuiskwamen en hun bedrijf soms hun hele leven bleven runnen. Die wereld zou veel invloed krijgen op Hans' eigen loopbaan.
De bolhoed van zijn vader
Een van Hans' oudste herinneringen speelt zich af op het Begijnhof. Hij was ongeveer vijf jaar toen hij daar met zijn vader kwam. In die tijd speelde het katholieke geloof een belangrijke rol in het dagelijks leven van veel Amsterdamse gezinnen. De kerken waren vaak goed gevuld.
Een bijzondere katholieke traditie was het bezoeken van zeven kerken. Ook Hans ging als kleine jongen met zijn vader mee. Zijn vader droeg daarbij een bolhoed. Wanneer ze een kerk naderden, lichtte hij zijn hoed even op als teken van eerbied.
Het was een klein gebaar dat op Hans een diepe indruk maakte. Bijna negentig jaar later herinnerde hij het zich nog precies. In juni 2024 stond Hans opnieuw op het Begijnhof, ditmaal tijdens een viering van de katholieke kapel. Hij was inmiddels 95 jaar oud.
Voor de aanwezigen vertelde hij over de wandelingen die hij als vijfjarige jongen met zijn vader had gemaakt. En hij had iets bijzonders meegenomen. De bolhoed van zijn vader. Een voorwerp uit een bijna verdwenen wereld.
Hij hield de hoed omhoog en vertelde hoe zijn vader hem vroeger gebruikte. Het was een bijzonder moment. Een Amsterdammer van 95 jaar die op dezelfde plek stond als waar hij negentig jaar eerder als klein jongetje met zijn vader had gelopen. De stad was veranderd.
De mensen waren verdwenen. Maar de herinnering was gebleven.
Twee jaar in Nederlands-Indië
Hans maakte ook een heel andere kant van de Nederlandse geschiedenis mee. Na de Tweede Wereldoorlog diende hij twee jaar als militair in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Nederland probeerde in die jaren met militair geweld de onafhankelijkheidsbeweging in zijn voormalige kolonie tegen te houden. Het was een periode van oorlog, geweld en grote menselijke verliezen.
Hans heeft in openbare interviews weinig verteld over wat hij daar precies meemaakte. Tegenover het tijdschrift Ons Amsterdam noemde hij zichzelf in maart 2025 een veteraan.
Het is een belangrijk hoofdstuk in zijn leven, maar ook een hoofdstuk dat vragen oproept. Waar was hij precies gestationeerd? Wat maakte hij mee?
Hoe keek hij later terug op zijn rol als militair? En hoe veranderde zijn kijk op het Nederlandse koloniale verleden in de tientallen jaren daarna? Die persoonlijke antwoorden zijn niet uitgebreid vastgelegd in de openbare bronnen. Maar één ding is duidelijk: Hans behoorde tot een generatie die als jonge mannen naar de andere kant van de wereld werd gestuurd en vervolgens met die ervaringen naar Nederland terugkeerde.
Voor veel van hen bleef dat verleden een leven lang aanwezig.
Een ondernemer met zestig medewerkers
Na zijn militaire periode bouwde Hans een bestaan op in het bedrijfsleven. Hij werd ondernemer in de sportkledingindustrie. In de loop der jaren groeide zijn bedrijf uit tot een onderneming met ongeveer zestig medewerkers. Zestig mensen.
Een bedrijf van die omvang betekende een grote verantwoordelijkheid. Er moesten klanten worden gevonden, producten worden gemaakt en medewerkers worden betaald. Hans werkte hard. Het bedrijf vroeg veel van zijn tijd en energie.
Maar ondertussen veranderde de kledingindustrie. Steeds meer productie verplaatste zich naar landen waar de lonen lager waren. Onder andere India, Indonesië en Bangladesh werden belangrijke productielanden. Nederlandse textiel- en confectiebedrijven kregen daardoor steeds meer concurrentie.
Voor veel ondernemingen werd het onmogelijk om op dezelfde manier door te blijven produceren. Ook Hans kreeg daarmee te maken. Zijn bedrijf werd uiteindelijk opgeheven. In 1998 ging hij met pensioen.
In een interview met Ons Amsterdam vertelde hij jaren later dat hij regelmatig aan die moeilijke periode terugdacht. Het was niet eenvoudig geweest. Een onderneming waaraan je zoveel jaren had gewerkt, verdwijnt niet zomaar uit je gedachten. Maar voor Hans betekende het einde van zijn bedrijf niet het einde van zijn werkzame leven.
Het werd het begin van een nieuw hoofdstuk.
Een nieuwe start in de Indische Buurt
Op 19 maart 1998 betrokken de eerste bewoners een nieuw woongebouw aan de Sumatrastraat. Het gebouw kreeg de naam De Mammoet. Er kwamen twintig koopappartementen en twintig huurappartementen. Hans en zijn vrouw Innes kozen voor een woning op de vierde verdieping.
Met een lift, zodat het appartement ook op hogere leeftijd gemakkelijk bereikbaar bleef. Het gebouw lag in de Indische Buurt. Een wijk die in de jaren negentig volop in beweging was. Hans kende Amsterdam-Oost vanuit zijn jeugd nauwelijks.
Sterker nog: zijn ouders hadden hem als jongen gewaarschuwd om daar niet zomaar rond te lopen. Ze vonden sommige delen van de buurt te ruig. Het koloniaal museum, het huidige Wereldmuseum, gold in zijn jeugd ongeveer als een grens. Maar nu, zeventig jaar later, ging hij er zelf wonen.
En hij zou zich er uiteindelijk helemaal thuis voelen.
De man die zijn straat wilde verbeteren
Toen Hans en Innes in De Mammoet kwamen wonen, moesten de bewoners elkaar nog leren kennen. Het gebouw was nieuw en iedereen begon min of meer tegelijk aan een volgend hoofdstuk. Hans vond dat een mooie gelegenheid om iets aan de omgeving te doen. Samen met Innes en andere bewoners begon hij zich in te zetten voor de buurt.
Ze ruimden zwerfafval op. Ze haalden flessen en plastic van het plein. Ze hielpen bij het aanleggen van geveltuintjes. En Hans organiseerde activiteiten voor zijn medebewoners.
Voor hem was een buurt niet alleen de plek waar je woonde. Het was een gemeenschap waar iedereen iets aan kon bijdragen. In 2003 verscheen in Geheugen van Oost al een verhaal over zijn betrokkenheid. Hans gebruikte toen e-mail om contact te onderhouden met het stadsdeel en de milieupolitie.
Als er overlast was, meldde hij die. Als er iets verbeterd kon worden, dacht hij mee. Hij hield zich ook bezig met de buurtwebsite Cyburg, een digitaal initiatief van het toenmalige stadsdeel Zeeburg. Daarvoor ging hij op bezoek bij scholen, ondernemers en andere organisaties.
Hij maakte foto's en verzamelde verhalen. Op een leeftijd waarop veel mensen langzaam minder actief worden, ontdekte Hans juist een nieuwe wereld. Die van de buurtjournalistiek.
Veertien ordners vol verhalen over zijn buurt
Hans begon steeds meer te schrijven over de Indische Buurt. Hij volgde veranderingen op pleinen en in straten. Hij bezocht bijzondere locaties. Hij fotografeerde activiteiten.
En hij legde herinneringen vast. Zijn verhalen verschenen onder andere bij Geheugen van Oost, een website waarop bewoners hun herinneringen en ervaringen delen. In 2013 beschreef Hans bijvoorbeeld hoe het kleine Atjehplein opnieuw werd ingericht. De bewoners hadden meegedacht over de plannen.
Het plein kreeg nieuwe bestrating, bankjes, groen en drie bijzondere bomen. Een walnotenboom. Een tamme kastanjeboom. En een honingboom.
Hans volgde de werkzaamheden en schreef erover. Hij zag hoe de eerste bewoners de nieuwe bankjes gebruikten en hoe kinderen op het plein begonnen te spelen. Hij was trots op de verbetering. Maar hij stelde zichzelf ook meteen de vraag of de buurt het plein netjes zou houden.
Het is typerend voor zijn betrokkenheid. Hans wilde niet alleen dat de gemeente iets moois maakte. Hij vond dat bewoners er daarna samen voor moesten zorgen. In maart 2025 vertelde hij dat hij zijn kronieken bewaart in ordners.
Hij was toe aan nummer veertien, met daarin 75 verhalen. Dat is misschien wel zijn belangrijkste bijdrage aan de geschiedenis van Amsterdam-Oost. Want terwijl steden voortdurend veranderen, verdwijnen veel kleine verhalen ongemerkt.
De opening van een winkel. De komst van nieuwe bewoners. De aanleg van een plantsoen. De herinneringen van mensen die er jarenlang woonden.
Hans legde ze vast.
De wereld vanuit zijn eigen cockpit
In 2025 bezocht journalist Katja Kreukels hem voor Ons Amsterdam. Ze zat bij Hans thuis in zijn werkkamer. Vanuit het raam keek hij uit over het Sumatraplein en de omliggende straten. Voor Hans was dat uitzicht bijna een observatiepost.
Hij zag wanneer er afval bleef liggen. Wanneer mensen brood neergooiden voor vogels, waardoor ook ratten werden aangetrokken. Of wanneer een winkel van eigenaar veranderde. Hij kende veel van de ondernemers in de buurt.
Met sommigen had hij een bijzondere band omdat hij zelf jarenlang ondernemer was geweest. Hij begreep hun zorgen over huur, klanten en omzet. Zo sprak hij graag met de kaasboer aan de overkant. Hij vond het leuk om te vragen hoe de zaken gingen.
Of om een compliment te geven over een mooie etalage. Het zijn gesprekken die op het eerste gezicht onbelangrijk lijken. Maar ze zorgen ervoor dat mensen elkaar kennen. En juist dat vond Hans belangrijk.
Het verdwenen ijzerwinkeltje
Sommige veranderingen in de wijk vond Hans jammer. Zoals het verdwijnen van de ijzerwinkel van Theo van Kalken. Daar kon je vroeger binnenlopen wanneer je één schroefje nodig had. Je hoefde geen complete verpakking te kopen.
De eigenaar gaf advies en hielp je verder. De winkel was onderdeel van het vertrouwde netwerk in de buurt. Toen die verdween en plaatsmaakte voor een kapper, miste Hans vooral de persoonlijke service. Niet omdat alles vroeger beter was.
Maar omdat sommige kleine winkels iets boden wat grote ketens en webshops moeilijk kunnen vervangen. Aandacht. Vakkennis. En het gevoel dat je als klant werd gekend.
Hans herkende daarin iets van de wereld waarin zijn vader en ooms hadden gewerkt. Een wereld van kleine zelfstandigen die hun hele leven tussen hun klanten stonden.
Een gebroken heup verandert zijn leven
Rond 2020 kreeg Hans te maken met een ingrijpende gebeurtenis. Hij brak zijn heup. Op hoge leeftijd kan zo'n breuk grote gevolgen hebben. Hans moest revalideren in het Flevohuis.
Hij kreeg therapie en leerde omgaan met een rollator. Door een spierziekte had hij bovendien moeite met het gebruik van zijn handen. Dat maakte dagelijkse handelingen ingewikkelder. Hij kon bijvoorbeeld zijn verhalen niet meer gemakkelijk zelf uittypen.
Een tijdlang hielp iemand hem daarbij, totdat die persoon buiten Amsterdam ging wonen. Ook zijn mobiliteit nam af. Waar Hans vroeger de hele buurt doorliep, werd hij steeds afhankelijker van hulpmiddelen en ondersteuning. Maar zijn behoefte om actief te blijven, verdween niet.
Hij bleef wandelen wanneer dat mogelijk was. En toen hij bij Dagcentrum Kramat kwam, vond hij opnieuw een manier om iets voor anderen te betekenen.
Een zelfgemaakt tasje voor zijn rollator
Tijdens het bezoek van de Brug in juli 2025 zat Hans achter een naaimachine. Naast hem stond een kop koffie. Hij was bezig met een praktisch project. Zijn rollator werkte prima.
Maar er ontbrak iets. Een handig tasje waarin hij zijn telefoon en portemonnee kon bewaren. Dus besloot hij zelf een oplossing te maken. Het was een klein project, maar het liet iets van zijn verleden zien.
Hans had tenslotte tientallen jaren in de kledingindustrie gewerkt. Hij wist hoe je met textiel om moest gaan. En ondanks zijn lichamelijke beperkingen vond hij het prettig om zelf iets te maken. Voor hem was het dagcentrum dus niet alleen een plek waar hij zorg en gezelschap ontving.
Het was ook een plaats waar hij zijn kennis en vaardigheden kon blijven gebruiken.
Zesenzestig jaar samen
In 2025 waren Hans en Innes 66 jaar getrouwd. Een huwelijk dat begon in een heel andere tijd. Samen hadden ze een bedrijf, een gezin en verschillende levensfasen meegemaakt. Ze hadden moeilijke perioden gekend.
En ze waren samen oud geworden. In 2025 woonden ze nog zelfstandig in de Sumatrastraat. Innes was inmiddels negentig jaar. Ze was ook mantelzorger voor Hans.
Het bezoek aan Dagcentrum Kramat gaf hen allebei wat ruimte. Hans kon er activiteiten doen, mensen ontmoeten en zijn gymnastiekles verzorgen. Innes had daardoor tijdelijk minder zorgtaken. Hans vertelde met humor dat het ook goed was om niet voortdurend samen thuis te zitten.
Na zoveel jaren huwelijk kenden ze elkaar natuurlijk door en door. Maar een beetje afwisseling was welkom. Het is een mooi detail in zijn levensverhaal. Want achter de actieve buurtbewoner, ondernemer en vrijwilliger stond ook een man die al tientallen jaren zijn leven met dezelfde vrouw deelde.
Bijna een eeuw Amsterdam in één leven
Hans heeft bijna een eeuw Amsterdam meegemaakt. Het Amsterdam van de kleine middenstanders.
Van de vooroorlogse katholieke tradities. Van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep van de Nederlandse koloniale geschiedenis. Van de opkomst en neergang van de Nederlandse kledingindustrie. En van de stadsvernieuwing in de Indische Buurt.
Hij zag de stad veranderen. Maar hij bleef er ook zelf actief aan bijdragen. Niet door grote gebouwen neer te zetten of belangrijke politieke functies te bekleden. Maar door aandacht te besteden aan de straten, winkels, pleinen en mensen om hem heen.
De waarde van iemand die blijft meedoen
Wat maakt Hans van Onna nu eigenlijk zo bijzonder? Misschien niet zijn leeftijd. Er zijn meer Amsterdammers die ouder worden dan negentig. En er zijn meer mensen die jarenlang een bedrijf hebben gehad.
Het bijzondere zit in de combinatie. Een man die na een druk ondernemersleven opnieuw betekenis vond in zijn buurt. Die zijn ervaringen niet voor zichzelf hield, maar verhalen begon te verzamelen. Die op hoge leeftijd bleef helpen bij het verbeteren van zijn leefomgeving.
Die met een rollator naar een dagcentrum ging en daar niet alleen deelnam aan activiteiten, maar er zelf een ging organiseren. Het is verleidelijk om ouderdom vooral te zien als een periode waarin mensen steeds minder kunnen. Het leven van Hans laat een andere mogelijkheid zien. Dat iemand ook met lichamelijke beperkingen nog iets kan bijdragen.
Dat kennis en ervaring waardevol blijven. En dat je niet hoeft te stoppen met nieuwsgierig zijn naar de wereld om je heen.
Een Amsterdammer die zijn stad niet loslaat
Hans vertelde in 2025 dat hij nooit meer weg wilde uit de Indische Buurt. Hij voelde zich er thuis. Hij kende de mensen. Hij kende de winkels.
En hij had er jarenlang aan gewerkt om de buurt een beetje mooier en gezelliger te maken. Misschien is dat wel het mooiste aan zijn verhaal. Hij kwam er pas wonen toen hij met pensioen ging. Na een lang en druk ondernemersleven had hij ervoor kunnen kiezen om rustig achter zijn eigen voordeur van zijn oude dag te genieten.
Maar Hans deed het tegenovergestelde. Hij ging naar buiten. Hij leerde mensen kennen. Hij ruimde afval op.
Hij schreef verhalen. Hij organiseerde activiteiten. En op zijn 96ste gaf hij zelfs gymnastiekles.
Hans van Onna laat zien dat je nooit te oud bent om iets voor je buurt te betekenen. En dat een stad niet alleen wordt gebouwd door architecten, bestuurders en ondernemers, maar vooral door mensen die zich verantwoordelijk voelen voor de plek waar ze wonen.
En dat maakt hem een bijzondere Amsterdammer.
Bronnen
Ons Amsterdam (Katja Kreukels, Ik vind het jammer dat de ijzerwinkel er niet meer is, 3 maart 2025), de Brug (Linda van den Dobbelsteen, In Dagcentrum Kramat weet iedereen: als Hans (96) er is, gaan we gymmen, 16 juli 2025) en verhalen van Hans van Onna zelf op Geheugen van Oost. Dit portret is gebaseerd op openbare bronnen en bevat geen nieuw interview met Hans van Onna.
Reacties (0)
Log in om te reageren.
Meer verhalen over Amsterdam
Alle verhalen →
Zoë van der Meer (16): het meisje dat niet meer naar school durfde en er een boek over schreef
Redactie Amsterdammers.love · 10 min lezen

Het Schip: het Amsterdamse arbeiderspaleis dat eigenlijk niet had mogen bestaan
Redactie Amsterdammers.love · 13 min lezen

Vlieger: de Amsterdamse papierwinkel die al 157 jaar weigert gewoon te worden
Redactie Amsterdammers.love · 15 min lezen