Amsterdammer · week 42
Fred Oosting (76): zestig jaar op het Waterlooplein, van oude dweilen tot toeristensouvenirs
Hij was vijftien toen hij voor het eerst met zijn vader de handel in ging. Zestig jaar later nam Fred Oosting afscheid van zijn marktkraam op het Waterlooplein. Hij zag Amsterdam veranderen van een stad waar mensen tweedehands spullen kochten omdat ze die nodig hadden, naar een stad waar toeristen voor hun plezier over de markt slenteren. Zijn leven vertelt het verhaal van een verdwenen stukje Amsterdam.
Een schoolschriftje en twintig gulden
Het is 7 juni 1965. Een vijftienjarige jongen staat aan het begin van zijn werkende leven. Zijn naam is Fred Oosting. Hij heeft school verruild voor de markthandel van zijn vader. Het is Pinksteren en de markt is gesloten. Er valt nog niets te verkopen. Maar er moet wel worden ingekocht.
Fred gaat mee om handel te zoeken. In een eenvoudig schoolschriftje schrijft hij op wat ze uitgeven. Soms twintig gulden, soms dertig. Hij heeft geen idee dat dit het begin is van een carrière die zestig jaar zal duren.
Sterker nog, de eerste dagen vindt hij er helemaal niets aan. De vroege ochtenden, het sjouwen, de handel. Het leven op de markt is hard werken. Maar hij blijft. En na verloop van tijd wordt het Waterlooplein veel meer dan zijn werkplek.
Het wordt zijn wereld.
Een markt waar alles een tweede leven kreeg
Wie het Waterlooplein vandaag bezoekt, ziet kramen vol vintage kleding, souvenirs, oude platen, sieraden en tweedehands spullen. Maar het Waterlooplein van de jaren zestig was een andere plek. De markt was voor veel Amsterdammers geen uitje, maar een belangrijk onderdeel van hun dagelijks leven.
Mensen kwamen er omdat ze iets nodig hadden. Een jas, een stoel, een lamp, een pan of een goedkoop stuk gereedschap. Veel spullen waren gebruikt. Soms versleten, soms beschadigd, maar vaak nog prima bruikbaar.
Voor de handelaren was het de kunst om waarde te zien in dingen die anderen niet meer wilden hebben. En daar werd Fred goed in. Hij verkocht inboedels en allerlei gebruikte spullen. Soms moesten daarvoor complete woningen worden leeggehaald.
Het was zwaar werk. Spullen ophalen, sorteren, vervoeren, uitstallen en vervolgens proberen te verkopen. Maar er zat ook iets moois in die handel. Wat voor de ene Amsterdammer overbodig was geworden, kon voor een ander precies zijn wat hij zocht.
Een oude dweil bijvoorbeeld. Fred vertelde in 2025 aan AT5 dat iemand vroeger 's ochtends een gebruikte dweil kon kopen en die pas na zijn werk kwam ophalen. Dat klinkt tegenwoordig misschien merkwaardig.
Maar het laat zien hoe de markt functioneerde. De koper kende de koopman. De koopman vertrouwde de koper. En de spullen hadden een praktische waarde. De markt was geen decor van de stad. Ze was onderdeel van het dagelijks bestaan.
De zoon van een marktkoopman
Fred begon niet zomaar ergens een handel. Hij stapte in de wereld van zijn vader. De kraam was onderdeel van een familiegeschiedenis. Het vak leerde je niet uit boeken, maar door te kijken, te luisteren en vooral door veel te doen.
Je moest weten wat iets waard was. Je moest snel kunnen inschatten of iemand werkelijk belangstelling had. En je moest tegen een stootje kunnen. Want een marktkoopman heeft geen zekerheid over zijn inkomsten. Het weer kan tegenzitten, de klanten kunnen wegblijven en sommige dagen wordt er nauwelijks iets verkocht.
Toch bleef Fred jaar na jaar terugkomen. Zijn beste vriend Frans, die hem al sinds zijn jeugd kent, vertelde bij Freds afscheid dat hij eigenlijk altijd al had verwacht dat zijn vriend het lang zou volhouden.
Frans noemde hem zelfs de beste marktkoopman die er is. Of Fred zichzelf zo zou omschrijven, is de vraag. Hij maakte in ieder geval niet de indruk iemand te zijn die graag in het middelpunt van de belangstelling staat.
Voor hem ging het om de handel, de mensen en de vertrouwde gang van zaken.
Het Waterlooplein als een grote familie
Wie zestig jaar lang op dezelfde markt staat, leert ontzettend veel mensen kennen. Niet alleen klanten, maar ook collega's, buren, leveranciers en voorbijgangers. Sommigen komen iedere week. Anderen verdwijnen een tijdje en duiken jaren later weer op.
Op het Waterlooplein ontstaan vriendschappen die vaak een leven lang meegaan. Fred was daarvan een voorbeeld. Zijn voormalige buurvrouw Astrid stond 25 jaar naast hem met haar eigen kraam. Ze herinnerde zich hoe Fred haar hielp bij het opbouwen.
Voor een buitenstaander lijkt dat misschien vanzelfsprekend, maar het opzetten van een marktkraam is zwaar werk. Tafels versjouwen, spullen uitladen, de inrichting opbouwen. En na afloop alles weer opruimen.
Fred deed dat al tientallen jaren. En hij hielp anderen erbij. Astrid noemde zichzelf het prinsesje in de mannenhoek. Fred was iemand op wie ze kon rekenen. Ook Cato, een buurmeisje van wie de ouders op de markt stonden, herinnerde zich hem met warmte.
Ze ging regelmatig bij Fred langs om te praten en zijn spullen netjes te leggen. Het zijn kleine herinneringen. Maar juist daarin zit het verhaal van iemand die meer was dan een verkoper. Hij hoorde bij het dagelijks leven van anderen.
De stad veranderde om hem heen
In zestig jaar tijd veranderde Amsterdam ingrijpend. De stad waarin Fred als jongen begon, was nog een stad van arbeidersgezinnen, kleine winkels en markten waar tweedehands spullen voor veel huishoudens belangrijk waren.
In de daaropvolgende decennia groeide de welvaart en veranderde de manier waarop mensen hun spullen kochten. Grote winkelketens verschenen. Later kwamen webwinkels en online marktplaatsen. Voor veel gebruikte spullen hoefde je niet langer naar het Waterlooplein.
Je kon ze op internet vinden. Tegelijkertijd werd Amsterdam steeds aantrekkelijker voor bezoekers uit binnen- en buitenland. Ook het Waterlooplein veranderde. De markt werd steeds meer een plek waar mensen kwamen rondkijken, snuffelen en iets leuks meenemen.
Dat betekende niet dat alle oude handel verdween. Maar het karakter verschoof. Fred zag het gebeuren. Waar klanten vroeger op zoek waren naar praktische spullen, kwamen ze steeds vaker voor een souvenir of een bijzondere vondst.
Voor de handel had dat gevolgen. Uiteindelijk stopte Fred grotendeels met de verkoop van complete inboedels en stapte hij over op souvenirs. Dat was gemakkelijker. Hij hoefde geen woningen meer leeg te halen en geen zware meubels meer te versjouwen.
Maar het was ook een aanpassing aan een markt die niet langer dezelfde was als vroeger. En daar zat voor hem iets verdrietigs in. Want de handel waarmee hij was opgegroeid, verloor langzaam zijn plaats.
Een plek waar je elkaar kende
Het Waterlooplein heeft een bijzondere geschiedenis. Het plein ontstond in 1882, toen er twee grachten werden gedempt, en groeide uit tot de markt in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Voor de Tweede Wereldoorlog was het een levendige handelsplek waar veel Joodse marktkooplieden hun brood verdienden.
De deportatie en moord op duizenden Joodse Amsterdammers tijdens de oorlog sloegen een onherstelbaar gat in die gemeenschap. Na de oorlog ging de markt verder, maar het oude Waterlooplein was voorgoed veranderd.
Toen Fred er in 1965 begon, stapte hij dus een plek binnen met een geschiedenis die veel verder terugging dan zijn eigen familie. Hij maakte vervolgens zelf zestig jaar van die geschiedenis mee. De markt veranderde door stadsvernieuwing, economische ontwikkelingen en toerisme.
Maar wat voor veel mensen belangrijk bleef, was het menselijke contact. De vaste gezichten. De grappen tussen de handelaren. De gesprekken die begonnen met de vraag wat iets kostte en eindigden met een verhaal over het leven.
Fred hoorde bij die wereld.
Een plein vol bijzondere mensen
Het Waterlooplein bracht altijd mensen samen die je niet snel ergens anders zou ontmoeten. Handelaren, verzamelaars, kunstenaars, buurtbewoners, nieuwsgierige bezoekers en mensen die probeerden met een kleine handel hun geld te verdienen.
Fred zag veel van die mensen komen en gaan. Sommige collega's groeiden uit tot bekende gezichten op het plein. Zoals Kees IJzer, de ijzerhandelaar die jarenlang met zijn bakfiets over het Waterlooplein trok.
Kees verzamelde oud ijzer en koper en stond bekend als een sterke, eigenzinnige man die met iedereen een praatje maakte. In juli 2020 overleed hij. Fred was zichtbaar geraakt door zijn dood. Tegen AT5 herinnerde hij zich Kees als een bijzonder sterke man die zijn eigen weg ging en altijd voor anderen klaarstond.
Het overlijden van Kees liet zien hoe belangrijk sommige mensen voor zo'n marktgemeenschap kunnen zijn. Ze hebben misschien geen bekende naam buiten hun eigen buurt. Maar als ze verdwijnen, merk je hun afwezigheid iedere dag.
Voor Fred waren dit geen verhalen uit een geschiedenisboek. Het waren collega's en bekenden met wie hij jarenlang hetzelfde plein had gedeeld.
Zestig jaar en toen was het genoeg
In juni 2025 bereikte Fred een uitzonderlijke mijlpaal. Hij stond precies zestig jaar op het Waterlooplein. Zestig jaar handel. Zestig jaar sjouwen. Zestig jaar gesprekken, klanten, collega's en veranderingen.
Hij was inmiddels 75 jaar. En hij had besloten dat het genoeg was geweest. Eind juni zou hij definitief stoppen. Dat besluit kwam niet alleen door zijn leeftijd. Fred vond het werk nog steeds leuk, maar de markt was niet meer de plek waar hij ooit was begonnen.
Hij had zich jarenlang aangepast. Andere spullen verkocht, nieuwe klanten leren kennen en de ontwikkelingen gevolgd. Maar op een gegeven moment houdt het op. Zestig jaar is ook gewoon heel lang.
Een onverwachte onderscheiding
Op 7 juni 2025 werd Fred verrast door vrienden, familie en collega's. Ze kwamen samen om zijn zestigjarige jubileum te vieren. Ook stadsdeelvoorzitter Amélie Strens was aanwezig. Fred kreeg een speciale penning van de gemeente Amsterdam als waardering voor zijn jarenlange betekenis voor de markt.
Volgens Strens was hij veel meer geweest dan alleen een ondernemer. Hij dacht mee over het functioneren van de markt en hielp wanneer er bijvoorbeeld een lege plek ontstond. Fred had zich niet alleen beziggehouden met zijn eigen kraam.
Hij voelde zich verantwoordelijk voor het plein. De belangstelling overviel hem een beetje. Hij stond niet graag in het middelpunt. Maar toen hij om zich heen keek en al die bekende gezichten zag, voelde hij ook trots.
Trots op wat hij zelf had opgebouwd. En op wat zijn vader ooit was begonnen. Zestig jaar eerder had hij met een schoolschriftje de eerste inkopen genoteerd. Nu stond hij tussen mensen voor wie hij een leven lang een vertrouwd gezicht was geweest.
Wat blijft er over als de marktkoopman vertrekt?
Voor een bezoeker die het Waterlooplein niet goed kent, lijkt het verdwijnen van één marktkraam misschien een kleine gebeurtenis. Er staan genoeg andere kramen. Er worden nog steeds spullen verkocht. En morgen komen er weer nieuwe bezoekers.
Maar voor de mensen die er jarenlang werkten en kwamen, betekent het vertrek van iemand als Fred iets anders. Het is het verdwijnen van een stukje vertrouwd Amsterdam. Want een markt wordt niet alleen gevormd door de producten die er worden verkocht.
Het zijn de mensen die de plek karakter geven. De koopman die je al twintig jaar kent. De vrouw die iedere ochtend haar kraam opbouwt. De collega die even helpt met tillen. De vaste klant die eigenlijk nooit iets koopt, maar altijd langskomt voor een praatje.
Fred was zestig jaar onderdeel van dat dagelijks leven. Misschien wel langer dan de meeste mensen ergens in dienst blijven, in dezelfde woning wonen of dezelfde buren hebben. En al die tijd zag hij de stad veranderen.
Oktober 2026: een nieuw hoofdstuk
In oktober 2026 is het ruim een jaar geleden dat Fred afscheid nam van zijn marktkraam. Hij is nu ongeveer 76 jaar. Voor het eerst sinds zijn vijftiende hoeft hij zijn leven niet meer in te richten rond het ritme van de markt.
De vroege ochtenden, de handel, het sjouwen en de vaste gezichten horen niet meer automatisch bij zijn werkdag. Hoe hij zijn dagen tegenwoordig invult, weten we niet. Maar zijn verhaal blijft verbonden met het Waterlooplein.
Want zestig jaar kun je niet zomaar uitwissen. In die tijd heeft hij duizenden mensen ontmoet, ontelbaar veel spullen verkocht en verschillende generaties marktkooplieden zien komen en gaan. En misschien is het mooiste wel dat mensen zich niet alleen herinneren wat ze bij hem kochten.
Ze herinneren zich vooral wie hij was. Een man die hielp. Die tijd maakte voor een praatje. Die zijn collega's kende. En die zestig jaar lang een stukje Amsterdam draaiende hield.
De waarde van een gewone Amsterdammer
Bij bijzondere Amsterdammers denken we al snel aan kunstenaars, beroemde sporters, ondernemers of mensen die iets uitzonderlijks hebben gepresteerd. Maar de geschiedenis van een stad bestaat ook uit mensen die tientallen jaren hetzelfde werk doen.
Mensen die niet op televisie komen. Die geen boeken schrijven. Die geen grote bedrijven bouwen. Maar die wel iedere dag bijdragen aan het leven om hen heen. Fred Oosting is zo iemand. Zijn verhaal gaat niet over één spectaculaire gebeurtenis.
Het gaat over volhouden. Over een vak leren van je vader en daar zestig jaar trouw aan blijven. Over mensen kennen en door mensen gekend worden. Over meegroeien met een stad die voortdurend verandert. En over het moment waarop je besluit dat het genoeg is geweest.
In 1965 begon Fred als vijftienjarige jongen met een schoolschriftje en een paar tientjes aan handel. In 2025 nam hij afscheid als een man die een heel leven op het Waterlooplein had doorgebracht. Daartussen liggen zestig jaar Amsterdamse geschiedenis.
Niet verteld door een historicus of een bestuurder. Maar door een marktkoopman die het allemaal zelf heeft meegemaakt. Fred Oosting laat zien dat je geen beroemdheid hoeft te zijn om een bijzondere plek in de geschiedenis van Amsterdam te verdienen. Soms is zestig jaar aanwezig zijn, voor je collega's klaarstaan en gewoon jezelf blijven al bijzonder genoeg.
En dat maakt hem een bijzondere Amsterdammer.
Bronnen
AT5 over het zestigjarig jubileum van Fred Oosting (7 juni 2025), AT5 over het overlijden van ijzerhandelaar Kees (juli 2020), het Stadsarchief Amsterdam over marktvergunningen en NH Nieuws (De verdwenen stad) over de geschiedenis van het Waterlooplein. Dit portret is gebaseerd op openbare bronnen en bevat geen nieuw interview met Fred Oosting.
Reacties (0)
Log in om te reageren.
Meer verhalen over Amsterdam
Alle verhalen →Gershwin Bonevacia (33)
Gershwin Bonevacia (33): de jongen die moeite had met lezen en een van Nederlands belangrijkste dichters werd
Redactie Amsterdammers.love · 10 min lezen
Dokter Co (89)
Dokter Co (89): de man die al zijn hele leven opkomt voor mensen die niemand ziet
Redactie Amsterdammers.love · 11 min lezen

Joyce Aboagye (54): de vrouw die baby's opvangt die nog geen wieg hebben
Redactie Amsterdammers.love · 12 min lezen