Amsterdammers.love

Amsterdammer · week 40

Annick van Hardeveld (21): de Amsterdamse die op de dag van de bevrijding werd doodgeschoten

In de nacht van 4 op 5 mei 1945 hing een 21-jarige Amsterdamse vrouw de Nederlandse vlag om haar schouders. De oorlog was bijna voorbij. Over enkele uren zou Nederland bevrijd zijn. Maar Annick van Hardeveld had nog één opdracht te vervullen. Ze trok haar verpleegstersuniform aan, pakte haar fiets en vertrok door de donkere straten van Amsterdam. Ze zou nooit meer thuiskomen. Haar verhaal is een van de meest aangrijpende en minst bekende geschiedenissen van de stad.

Annick van Hardeveld (21): de Amsterdamse die op de dag van de bevrijding werd doodgeschoten
Foto: Annick van Hardeveld met een vriendin, fotograaf onbekend

Het meisje van de Koninginneweg

Annick Germaine Mathilde van Hardeveld werd op 9 november 1923 geboren in Amsterdam.

Ze groeide op in een welgesteld gezin in Amsterdam-Zuid. Haar vader, Jan van Hardeveld, was architect. Haar moeder, Germaine Bertin, kwam uit het Franse Rennes.

Thuis werd Frans gesproken.

Annick had een vier jaar jonger broertje, Yann. Binnen het gezin werd ze ook wel Nini genoemd.

Het was een katholiek gezin waarin kunst, cultuur en onderwijs belangrijk waren.

Annick was een opgewekt meisje, al kon ze in gezelschap ook wat verlegen zijn.

Zoals veel meisjes van haar leeftijd hield ze van gewone dingen. Ze ging naar de bioscoop, had vriendinnen en beleefde haar eerste verliefdheden.

Ze woonde met haar familie aan de Koninginneweg 11.

Een vertrouwd adres in Amsterdam-Zuid, in een buurt waar de oorlog aanvankelijk misschien nog enigszins op afstand leek.

Maar toen in mei 1940 de Duitse troepen Nederland binnenvielen, was Annick zestien jaar.

Haar jeugd zou nooit meer hetzelfde worden.

Een toekomst als verpleegster

In juli 1942 behaalde Annick haar mulo-diploma.

Ze wist nog niet precies wat ze later wilde worden.

Ze volgde een cursus aan de Amsterdamsche Huishoudschool en ging vervolgens aan de slag als kantoorbediende bij een confectiebedrijf.

Maar al snel hield ze het voor gezien.

Het werk paste niet bij haar.

Annick wilde iets anders.

Ze koos voor de gezondheidszorg.

Ze volgde een opleiding tot verpleegster en werkte vanaf 1943 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam.

Dat was in oorlogstijd geen eenvoudige omgeving.

Ziekenhuizen hadden te maken met tekorten, gewonde patiënten en de voortdurende aanwezigheid van de Duitse bezetter.

Toch bood haar nieuwe werk iets bijzonders.

Als verpleegkundige kreeg Annick een legitimatiebewijs van het Rode Kruis.

Daarmee kon ze onder bepaalde omstandigheden ook tijdens de spertijd, wanneer andere burgers niet op straat mochten komen, door de stad reizen.

Dat document zou voor haar van grote betekenis worden.

Niet alleen bij haar werk in het ziekenhuis.

Maar ook bij het geheime leven dat ze buiten medeweten van haar familie begon te leiden.

Het geheim dat niemand thuis kende

Wanneer Annick precies betrokken raakte bij het verzet, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk gebeurde dat in 1943.

Ze sloot zich aan bij een verzetsgroep die later onderdeel werd van de Binnenlandse Strijdkrachten.

De groep stond bekend als MAX III en telde ongeveer veertig leden.

Voor het verzet was communicatie van levensbelang.

Er waren geen mobiele telefoons. Gewone telefoongesprekken konden worden afgeluisterd en brieven onderschept.

Verzetsgroepen waren daarom afhankelijk van mensen die berichten persoonlijk konden overbrengen.

Koeriersters speelden daarbij een belangrijke rol.

Annick werd een van hen.

Op haar fiets bracht ze berichten van het ene adres naar het andere.

Maar het bleef niet bij brieven.

Ze vervoerde ook distributiebonnen, vervalste documenten, wapens en munitie. Volgens verschillende historische bronnen begeleidde ze soms zelfs onderduikers.

Het was gevaarlijk werk.

Wie met verboden documenten of wapens werd aangehouden, riskeerde arrestatie, gevangenschap of de dood.

Haar verpleegstersuniform en Rode-Kruisbewijs boden enige bescherming.

Maar niemand kon haar veiligheid garanderen.

Thuis vertelde Annick niets over haar werk.

Voor haar ouders en broertje was ze de jonge vrouw die in het ziekenhuis werkte.

Ze wisten niet dat ze regelmatig haar leven riskeerde.

Ze wilde hetzelfde werk doen als de mannen

In veel verhalen over de Tweede Wereldoorlog staan mannelijke verzetsstrijders centraal.

Mannen die wapens verstopten, aanslagen voorbereidden of sabotageacties uitvoerden.

Maar ook vrouwen speelden een onmisbare rol.

Ze brachten berichten over, regelden voedselbonnen, vervalsten documenten, verborgen onderduikers en hielden contact tussen verschillende verzetsgroepen.

Sommige vrouwen gebruikten daarbij het feit dat Duitse militairen hen minder snel van verzetswerk verdachten.

Maar het gevaar was niet minder groot.

Annick wilde zich niet beperken tot werkzaamheden die anderen veilig genoeg voor haar vonden.

Volgens herinneringen van haar verzetsgenoten was ze vastberaden om actief mee te doen.

Ze wilde ook de moeilijke en gevaarlijke opdrachten uitvoeren.

Haar commandant vertelde na de oorlog dat Annick zich niet gemakkelijk liet tegenhouden.

Wanneer hij haar niet zou aannemen, verwachtte hij dat ze zich bij een andere verzetsgroep zou aansluiten.

Ze had haar keuze gemaakt.

En ondanks haar jonge leeftijd wilde ze volledig meetellen.

De Hongerwinter en het wachten op de bevrijding

In de winter van 1944 op 1945 werd de situatie in Amsterdam steeds uitzichtlozer.

De Hongerwinter trof een groot deel van West-Nederland.

Er was nauwelijks voedsel.

Mensen trokken de stad uit op zoek naar aardappelen of andere levensmiddelen.

Brandstof was schaars.

Huizen werden nauwelijks verwarmd.

Op straat verschenen steeds meer verzwakte mensen.

Ook voor het verzet waren het zware maanden.

Maar langzaam kwam er hoop.

De geallieerden rukten op.

Het zuiden van Nederland was al bevrijd.

En in het voorjaar van 1945 werd duidelijk dat Duitsland de oorlog ging verliezen.

Op 30 april pleegde Adolf Hitler zelfmoord.

De berichten bereikten ook Amsterdam.

De oorlog die bijna vijf jaar het dagelijks leven had beheerst, leek eindelijk voorbij.

Voor Annick moet dat een bijzonder vooruitzicht zijn geweest.

Ze was zestien toen de oorlog begon.

Nu was ze 21.

Bijna haar hele volwassenwording had zich tijdens de bezetting afgespeeld.

Eindelijk leek er een toekomst te komen waarin ze niet meer in het geheim hoefde te werken.

Vrijdagavond 4 mei 1945

Op vrijdag 4 mei bereikte het nieuws Amsterdam dat de Duitse capitulatie nabij was.

In huize Van Hardeveld aan de Koninginneweg was de opluchting groot.

Annick sloeg een Nederlandse vlag om haar schouders.

Ze danste van blijdschap.

Na jaren van bezetting, angst en onzekerheid leek de bevrijding eindelijk werkelijkheid te worden.

Maar de oorlog was nog niet helemaal voorbij.

Er bevonden zich nog steeds zwaarbewapende Duitse soldaten in Amsterdam.

Niet iedereen was bereid zich zonder verzet over te geven.

De Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten moesten daarom voorbereid blijven op mogelijke gevechten.

Bij Annicks verzetsgroep lag een plan klaar voor het geval de Duitse commandanten in Amsterdam de overgave zouden weigeren.

De leden van de groep moesten zich verzamelen bij het Vossius Gymnasium, waar een geheime wapenopslag was ingericht.

Maar niet iedereen had het bericht ontvangen.

Vooral enkele leden in Amsterdam-Noord moesten nog worden gewaarschuwd.

Annick kreeg de opdracht het bericht over te brengen.

De laatste fietstocht

Die nacht, terwijl haar ouders en broertje sliepen, maakte Annick zich klaar.

Ze trok haar verpleegstersuniform aan.

Ze nam haar Rode-Kruislegitimatie mee.

Haar fiets stond klaar.

Het was een herenfiets, volgens een historische reconstructie met houten wielen.

Ze vertrok vanaf de Koninginneweg richting het centrum.

Haar bestemming was Amsterdam-Noord.

Daar moest ze leden van haar verzetsgroep laten weten dat ze naar het Vossius Gymnasium moesten komen, voor het geval de Duitse bezetter zich niet zou overgeven.

Waarschijnlijk verwachtte Annick dat ze na haar opdracht weer veilig zou terugkeren.

Ze had immers al vaker gevaarlijke tochten gemaakt.

En de bevrijding was zo dichtbij.

Maar ergens in de nacht, op het Hekelveld vlak bij de Martelaarsgracht, ging het mis.

De schoten op het Hekelveld

Het was kort na één uur in de nacht van 4 op 5 mei 1945.

Annick fietste over het Hekelveld toen een patrouille van de Duitse Grüne Polizei verscheen.

Plotseling werd er geschoten.

Meerdere kogels troffen haar van achteren.

Ze viel van haar fiets op het trottoir.

Een buurtbewoner, Jacobus Buijs, werd wakker van het geluid.

Vanuit zijn woning zag hij wat er gebeurde.

Hij maakte aantekeningen in zijn dagboek.

Hij beschreef hoe de Duitse politiemannen naast de gevallen jonge vrouw stonden.

Volgens zijn verslag herlaadden enkele mannen hun wapens. Een van hen scheen met een zaklantaarn op Annicks lichaam.

Een Duitser vroeg of ze dood was.

Daarna reden de mannen weg.

Annick bleef achter op straat.

Ze was 21 jaar.

En de bevrijding van Nederland was nog maar enkele uren verwijderd.

Een dagboek dat tientallen jaren verborgen bleef

Het verhaal van Annicks dood had gemakkelijk verloren kunnen gaan.

Maar de ooggetuige van die nacht had het opgeschreven.

Zijn dagboek verdween na de oorlog uit beeld.

Decennialang wist de familie niet precies wat er in Annicks laatste minuten was gebeurd.

Tot het onverwacht opdook op een boekenmarkt in Weesp, tussen tweedehands boeken.

Het bleek een verslag te bevatten van de nacht waarin Annick werd doodgeschoten.

Het dagboek beschreef de schoten, de Duitse politiemannen en het lichaam van de jonge vrouw op straat.

In 2010 kwam het dagboek bij Annicks familie terecht.

Meer dan zestig jaar na haar dood konden haar nabestaanden eindelijk een belangrijk deel van de gebeurtenissen reconstrueren.

De vondst werd voor haar broer Yann van Hardeveld en diens dochter Annick de aanleiding om haar geschiedenis uitgebreid vast te leggen.

In 2013 verscheen hun boek Annick van Hardeveld 1923–1945, een persoonlijke familiegeschiedenis.

Het boek was gebaseerd op familieherinneringen, bewaard gebleven brieven, foto's, documenten en getuigenissen.

Zo kreeg een jonge vrouw die op 21-jarige leeftijd was vermoord, vele jaren later opnieuw een gezicht.

De bevrijding die voor haar familie geen feest werd

Op 5 mei 1945 capituleerden de Duitse strijdkrachten in Nederland.

De bevolking begon de bevrijding te vieren.

Ook in Amsterdam groeide de vreugde.

Na vijf jaar bezetting kwam er eindelijk een einde aan de oorlog.

Maar aan de Koninginneweg 11 was er geen feest.

Annicks ouders en haar broertje Yann kregen te horen dat hun dochter en zus was doodgeschoten.

De Nederlandse vlag die Annick een paar uur eerder nog vrolijk om haar schouders had gedragen, kreeg een totaal andere betekenis.

Volgens een later historisch verslag werd haar lichaam in het mortuarium bedekt met die vlag.

Terwijl buiten mensen juichten, zat haar familie in diepe rouw.

Het contrast was nauwelijks groter denkbaar.

Een hele stad keek vooruit naar de vrijheid.

Een gezin verloor voorgoed zijn dochter.

Een begrafenis met militaire eer

Op 9 mei werd Annicks lichaam naar huis gebracht.

Volgens familiebronnen gebeurde dat op een bakfiets, omwikkeld met de Nederlandse driekleur.

Twee dagen later, op vrijdag 11 mei, vond haar uitvaart plaats.

In de Rozenkranskerk aan de Obrechtstraat werd een plechtige requiemmis gehouden.

Daarna werd Annick met militaire eer begraven in Buitenveldert.

Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten begeleidden de begrafenisstoet.

Haar verzetskameraden waren diep geraakt.

Ze hadden samen met haar gewerkt, gevaarlijke opdrachten uitgevoerd en uitgekeken naar het moment waarop de oorlog eindelijk voorbij zou zijn.

Nu moesten ze haar begraven.

Er bestaat een bijzondere foto van de vrouwen met wie Annick koerierswerk had gedaan.

Ze staan bij elkaar, maar in het midden is een lege plek gelaten.

De plaats waar Annick had moeten staan.

Het is een beeld dat zonder veel woorden laat zien wat haar dood betekende.

Een broer die haar nooit vergat

Voor Annicks jongere broer Yann bleef het verlies van zijn zus zijn hele leven een belangrijk onderdeel van zijn familiegeschiedenis.

Hij was nog maar een tiener toen ze overleed.

Bovendien wist hij tijdens de oorlog niet eens dat zijn zus actief was in het verzet.

Pas na haar dood werd duidelijk hoeveel gevaarlijke opdrachten ze had uitgevoerd.

In de jaren na de oorlog bleef de familie haar herinnering bewaren.

Foto's, brieven en andere persoonlijke documenten kregen een bijzondere betekenis.

In 2013 schreef Yann samen met zijn dochter, die naar haar tante Annick was genoemd, het boek over haar leven.

Niet alleen om de verzetskoerierster te herdenken.

Maar vooral om te laten zien wie Annick als mens was geweest.

Een dochter.

Een zus.

Een vriendin.

Een jonge vrouw die plezier maakte, plannen had en nog maar net aan haar volwassen leven was begonnen.

Haar geschiedenis mocht niet uitsluitend bestaan uit de manier waarop ze om het leven was gekomen.

Een vergeten vrouw krijgt een monument

Lange tijd was Annicks verhaal vooral bekend bij haar familie en voormalige verzetsgenoten.

Maar langzaam kwam er meer publieke aandacht.

In 1981 ontving ze postuum het Verzetsherdenkingskruis.

Vier jaar later kreeg ze een eigen monument in Amsterdam.

Op 4 mei 1985 werd op het Hekelveld een gedenkteken onthuld door burgemeester Ed van Thijn.

Het monument was ontworpen door beeldhouwer Hans Bayens.

Het is geen enorm oorlogsmonument.

Geen hoog standbeeld dat boven de stad uitsteekt.

Maar een bescheiden gedenkteken op de plek waar Annick werd doodgeschoten.

Een plek waar iedere dag mensen langslopen, fietsen en met de tram passeren.

De meesten zullen niet weten wie ze was.

En misschien is dat juist waarom het monument zo belangrijk is.

Want zonder herinnering verdwijnen persoonlijke verhalen gemakkelijk achter de grote gebeurtenissen van de geschiedenis.

Er zit overigens een bijzonder detail aan het monument.

De oorspronkelijke tekst noemt 4 mei 1945 als datum van haar dood.

Historisch onderzoek en het teruggevonden dagboek wijzen echter uit dat Annick in de vroege ochtend van 5 mei werd doodgeschoten, rond 1.21 uur.

Een klein verschil in tijd.

Maar een enorm verschil in betekenis.

Ze stierf niet zomaar aan het einde van de oorlog.

Ze stierf op de dag waarop Nederland de bevrijding zou vieren.

De fietskoeriers die haar naam levend houden

Het verhaal van Annick kreeg nog een onverwacht vervolg.

Niet dankzij een overheidsinstelling of een museum.

Maar dankzij een nieuwe generatie Amsterdamse fietskoeriers.

Al jaren organiseren koeriers een jaarlijkse wedstrijd ter herinnering aan Annick.

Een zogenoemde alleycat: een fietswedstrijd waarbij deelnemers een route door de stad afleggen.

De wedstrijd draagt de naam Annick van Hardeveld Memorial Alleycat.

De deelnemers fietsen door Amsterdam en eindigen bij haar monument op het Hekelveld.

Daar houden ze twee minuten stilte.

De gedenksteen wordt dan gevuld met rode rozen.

De verbinding met Annick is bijzonder.

Zij gebruikte haar fiets om tijdens de oorlog berichten te bezorgen.

De moderne fietskoeriers gebruiken hun fiets om pakketten en documenten door de stad te vervoeren.

Twee totaal verschillende werelden.

Maar verbonden door dezelfde straten.

En door het besef dat een fietskoerier in Amsterdam ooit zijn leven riskeerde voor de vrijheid van anderen.

2025: tachtig jaar later wordt haar verhaal opnieuw verteld

In 2025 stond Nederland uitgebreid stil bij tachtig jaar vrijheid.

Ook het verhaal van Annick kreeg opnieuw aandacht.

Op 21 april 2025 publiceerde Amsterdam 750 een uitgebreid portret van haar leven en de omstandigheden waarin ze werd vermoord.

Het verhaal maakte deel uit van de inspanningen om vergeten vrouwen uit de Amsterdamse geschiedenis opnieuw zichtbaar te maken.

Het Amsterdam Museum nam Annick bovendien op in het project Vrouwen van Amsterdam — een ode.

Daarin worden verhalen verteld over vrouwen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de stad, maar niet altijd de erkenning hebben gekregen die ze verdienen.

Dat is voor Annick een bijzonder passende plek.

Want haar leven laat niet alleen zien hoeveel moed mensen tijdens de oorlog konden tonen.

Het laat ook zien hoe gemakkelijk de bijdrage van jonge vrouwen in de geschiedschrijving onderbelicht kan raken.

Over verzetsmannen werden na de oorlog vaak boeken geschreven.

Vrouwen die berichten vervoerden, onderduikers hielpen en distributiebonnen regelden, bleven vaker op de achtergrond.

De laatste jaren is daar steeds meer aandacht voor gekomen.

Annick is daar een aangrijpend voorbeeld van.

Een naam die Amsterdam moet blijven kennen

Als ze was blijven leven, zou Annick op 9 november 2026 103 jaar zijn geworden.

Niemand weet hoe haar leven eruit zou hebben gezien.

Misschien was ze verpleegster gebleven.

Misschien had ze een gezin gekregen.

Misschien had ze een heel andere richting gekozen.

Ze had nog zoveel jaren voor zich.

Maar die toekomst werd haar in één nacht ontnomen.

Wat is gebleven, zijn haar brieven, foto's, de herinneringen van haar familie en de documenten die haar verhaal mogelijk maken.

Het Stadsarchief Amsterdam bewaart de geschiedenis van haar laatste nacht.

Het Amsterdam Museum vertelt haar verhaal.

En op het Hekelveld staat nog altijd het monument dat aan haar herinnert.

De herinnering aan Annick blijft daarmee niet alleen een verhaal uit 1945.

Het is ook een verhaal over hoe Amsterdam vandaag met zijn geschiedenis omgaat.

Een meisje dat gewoon wilde helpen

Wanneer we terugkijken op de Tweede Wereldoorlog, denken we vaak aan grote gebeurtenissen.

De inval van Duitsland.

De bezetting.

De vervolging van Joden.

De Hongerwinter.

De bevrijding.

Maar achter al die gebeurtenissen schuilen individuele levens.

Zoals dat van Annick.

Een Amsterdams meisje dat opgroeide aan de Koninginneweg.

Dat naar de bioscoop ging, vriendinnen had en haar toekomst probeerde te ontdekken.

Dat koos voor een beroep in de zorg.

En dat uiteindelijk besloot om ook buiten het ziekenhuis andere mensen te helpen.

Ze had kunnen wachten tot de oorlog voorbij was.

Zeker in die laatste uren.

Ze had thuis kunnen blijven, bij haar ouders en haar broertje.

Maar haar verzetsgenoten in Amsterdam-Noord moesten nog een bericht krijgen.

Dus stapte ze op haar fiets.

Het is verleidelijk om haar leven uitsluitend te zien als een verhaal over moed en opoffering.

Maar het is ook een verhaal over een jonge vrouw die nog midden in het leven stond.

Die plannen had.

Die verliefd kon worden.

Die kon lachen, dansen en zich verheugen op de toekomst.

En die dat allemaal niet meer mocht meemaken.

De Amsterdammer die de bevrijding niet haalde

Ieder jaar vieren we op 5 mei de vrijheid.

Er zijn festivals, toespraken, concerten en bijeenkomsten.

Amsterdam kleurt rood-wit-blauw.

Mensen vieren dat ze kunnen leven in een land waar vrijheid en democratie de basis vormen van de samenleving.

Maar midden in Amsterdam, vlak bij het Centraal Station, staat een klein monument dat een ander verhaal vertelt.

Het verhaal van een meisje dat slechts enkele uren voor de bevrijding werd doodgeschoten.

Ze was 21 jaar.

Ze droeg een verpleegstersuniform.

En ze was onderweg om anderen te helpen.

Haar naam was Annick van Hardeveld.

De meeste Amsterdammers zullen haar naam niet kennen.

Maar misschien zouden ze dat wel moeten.

Want achter de vrijheid die we ieder jaar vieren, schuilen ook de levens van jonge mensen die de eerste dag van die vrijheid nooit hebben meegemaakt.

En daarom verdient Annick van Hardeveld een plek tussen onze bijzondere Amsterdammers.

Bronnen

Stadsarchief Amsterdam (Net voor de capitulatie gedood, 2020), Oneindig Noord-Holland en het Noord-Hollands Archief (Vrouwen in verzet: Annick van Hardeveld, juli 2024), Amsterdam 750 (21 april 2025), het Amsterdam Museum (Vrouwen van Amsterdam), Ons Amsterdam (Dappere koerierster met domme pech, mei 2014), het Nationaal Comité 4 en 5 mei over het monument, en het boek Annick van Hardeveld 1923–1945, een persoonlijke familiegeschiedenis (2013) van Yann en Annick van Hardeveld. Sommige oudere teksten, waaronder die op het monument, noemen 4 mei als sterfdatum; het teruggevonden dagboek wijst op de vroege ochtend van 5 mei 1945.

Delen

Reacties (0)

Log in om te reageren.

    Meer verhalen over Amsterdam