Amsterdammer · week 38
Bet van Beeren (1902–1967): de koningin van de Zeedijk die haar eigen regels maakte
Ze reed op een motor door Amsterdam, versierde openlijk vrouwen, knipte stropdassen van haar klanten af en liet mannen met mannen dansen toen dat vrijwel nergens werd geaccepteerd. In haar kleine café op de Zeedijk zaten zeelieden, sekswerkers, kunstenaars, criminelen en homoseksuelen naast elkaar aan de bar. Bet van Beeren trok zich weinig aan van wat de buitenwereld van haar vond. Ze leefde zoals ze wilde, in een tijd waarin dat voor vrouwen als zij allesbehalve vanzelfsprekend was. Haar café werd een symbool van de vrijheid waar Amsterdam later wereldberoemd om zou worden.

De vrouw op de motor
Amsterdam, ergens in de jaren dertig.
Door de straten rijdt een forse motorfiets. Achter het stuur zit een vrouw in een leren jas, met kort haar en een zelfverzekerde uitstraling.
Soms zit er een andere vrouw achterop.
De bestuurster heet Bet van Beeren.
In een tijd waarin van vrouwen werd verwacht dat ze trouwden, kinderen kregen en zich aan allerlei maatschappelijke regels hielden, koos Bet voor een ander leven.
Ze had haar eigen café, verdiende haar eigen geld en kwam er openlijk voor uit dat ze op vrouwen viel.
Dat was uitzonderlijk.
Homoseksualiteit was in die tijd nog sterk omgeven door taboes. Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen konden hun gevoelens lang niet overal openlijk tonen. Wie afweek van de heersende normen, riskeerde afwijzing en maatschappelijke uitsluiting.
Maar Bet leek weinig behoefte te hebben om zich aan die verwachtingen aan te passen.
Ze was luidruchtig, eigenzinnig en volgens mensen die haar kenden niet gemakkelijk tegen te spreken.
Ze hield van vrouwen, gezelligheid, muziek en een goed glas bier.
En ze was vastbesloten om haar leven op haar eigen manier in te richten.
Een meisje uit een arm gezin in de Jordaan
Elisabeth Maria van Beeren werd op 12 februari 1902 geboren in Amsterdam.
Ze groeide op in een groot katholiek gezin in de Jordaan. Volgens de familiegeschiedenis waren er veertien kinderen.
Haar vader werkte als stratenmaker.
Haar moeder runde een logement in de Boomstraat, dat De Rode Lantaarn werd genoemd, en verkocht later vis vanuit een kar.
Het gezin had het niet breed.
De Jordaan was aan het begin van de twintigste eeuw een arme arbeiderswijk. Grote gezinnen leefden vaak in kleine huizen. Er was weinig privacy en kinderen begonnen al jong met werken.
Ook Bet moest meehelpen.
Bij haar moeder in het logement leerde ze hoe je met gasten omging. Ze hielp met het bottelen van bier en leerde de wereld van de kleine Amsterdamse horeca kennen.
Later ging ze met haar moeder mee om vis te verkopen.
Ze kreeg de bijnaam Betje Bokkum.
Maar het werkende leven kende ook gevaarlijke kanten.
Bet werkte een tijd in een blikfabriek. Daar verloor ze bij een ongeluk twee vingertoppen.
Na een ruzie in de fabriek vertrok ze.
Ze ging werken bij haar oom Toon Engelen, die een café had op de Zeedijk.
Dat bleek een beslissend moment.
Want juist daar vond Bet de wereld waarin ze zich thuis zou voelen.
De Zeedijk van honderd jaar geleden
De Zeedijk was in de jaren twintig geen gewone Amsterdamse straat.
Al eeuwenlang was het een plek waar zeelieden, handelaren, sekswerkers en reizigers samenkwamen.
Er waren cafés, logementen en allerlei gelegenheden waar de nette burgerij liever niet te veel over sprak.
Vlakbij ontstond bovendien een levendige Chinese gemeenschap, met winkels, restaurants en bewoners die verbonden waren met de internationale scheepvaart.
In de omgeving waren ook jazzclubs waar muzikanten met uiteenlopende achtergronden optraden.
Op de Zeedijk ontmoetten verschillende werelden elkaar.
Rijk en arm.
Amsterdammers en buitenlanders.
Arbeiders en kunstenaars.
Mensen met een keurig bestaan en mensen die buiten de maatschappelijke normen leefden.
Voor de jonge Bet was dat precies de aantrekkingskracht.
Hier hoefde niet iedereen hetzelfde te zijn.
Hier kon een vrouw met een grote mond en een eigen wil haar plek vinden.
Een café van 25 jaar oud
Op 24 februari 1927 nam Bet het café van haar oom over.
Ze was pas 25 jaar.
De zaak heette toen Café Amstelstroom.
Bet gaf het een nieuwe naam: Café ’t Mandje.
Volgens de familiegeschiedenis kwam die naam van haar moeder, die dagelijks eten voor Bet naar het café bracht in een mandje.
Het was een eenvoudige naam voor een kleine kroeg.
Niemand kon toen vermoeden dat die naam bijna honderd jaar later een vaste plaats zou krijgen in de geschiedenis van Amsterdam.
Bet stond zelf achter de bar.
Ze kende haar gasten, schonk bier en bepaalde wat er in haar zaak gebeurde.
En één ding was vanaf het begin duidelijk.
Bij Bet was iedereen welkom.
Een café waar niemand zich hoefde te verstoppen
In het Amsterdam van de jaren twintig bestonden wel ontmoetingsplekken voor homoseksuele mannen en vrouwen.
Maar die waren niet altijd gemakkelijk toegankelijk.
Sommige gelegenheden waren duur.
Andere werkten met besloten groepen of persoonlijke introducties.
En de meeste mensen die op hetzelfde geslacht vielen, moesten bijzonder voorzichtig zijn.
De zedenpolitie hield cafés in de gaten.
Een verdenking van ongeoorloofde seksuele contacten kon grote gevolgen hebben voor de vergunning van een zaak.
Voor veel homoseksuele Amsterdammers betekende dit dat ze hun gevoelens verborgen hielden.
Bet deed dat niet.
Ze was zelf openlijk lesbisch en maakte van haar café een plaats waar mensen elkaar konden ontmoeten zonder voortdurend te hoeven doen alsof ze iemand anders waren.
Maar het bijzondere was dat ’t Mandje geen exclusief homocafé werd.
Aan de bar zaten ook buurtbewoners, zeelieden, kunstenaars, sekswerkers, intellectuelen en nieuwsgierige bezoekers van buiten Amsterdam.
De een kwam voor de gezelligheid.
De ander voor de muziek of het bier.
En weer iemand anders omdat het een van de weinige plekken was waar hij of zij zich op zijn gemak voelde.
Bet maakte weinig onderscheid.
Het was haar café.
En zij bepaalde wie erbij hoorde.
Eén belangrijke regel: niet zoenen
Toch was Bet bepaald geen vrouw bij wie alles zomaar mocht.
In haar café gold een streng verbod op zoenen en ander intiem gedrag.
Dat lijkt tegenstrijdig.
Een vrouw die zelf openlijk op vrouwen viel, maar haar homoseksuele gasten verbood om elkaar te kussen.
Maar er zat een praktische reden achter.
De autoriteiten konden een café sluiten wanneer er volgens hen sprake was van ongeoorloofd seksueel gedrag.
Bet wilde haar drankvergunning niet verliezen.
Daarom waren openbare intimiteiten verboden.
Volgens historische beschrijvingen gold die regel overigens ook voor heteroseksuele stellen.
Bet kon dus tegelijkertijd heel tolerant zijn en streng optreden.
Ze bood mensen een plek waar ze welkom waren, maar verwachtte wel dat ze haar huisregels respecteerden.
De vrijheid in ’t Mandje was daarmee niet onbeperkt.
Ze was voortdurend een evenwicht tussen wat Bet zelf wilde en wat de autoriteiten toestonden.
Het porseleinen uiltje achter de bar
Een van de bijzonderste voorwerpen uit de geschiedenis van ’t Mandje is een porseleinen uil.
Het beeldje stond achter de bar.
In de jaren vijftig gebruikte Bet het volgens de overlevering als een waarschuwingssysteem.
Wanneer er iemand binnenkwam die ze niet vertrouwde, kon ze een lampje in het uiltje laten branden.
Dat gebeurde bijvoorbeeld wanneer ze vermoedde dat een bezoeker problemen zou maken vanwege de homoseksuele gasten of mogelijk van de zedenpolitie was.
De vaste klanten begrepen de waarschuwing.
Ze moesten voorzichtig zijn.
Het was een eenvoudig systeem, maar het zegt veel over de tijd waarin het café functioneerde.
De gasten mochten bij Bet zichzelf zijn.
Maar helemaal veilig voor de buitenwereld waren ze niet.
De porseleinen uil bleef bewaard en maakt tegenwoordig deel uit van de historische collectie van het Amsterdam Museum.
Een klein voorwerp dat herinnert aan een periode waarin mensen zelfs in hun favoriete café rekening moesten houden met politiecontrole en maatschappelijke afwijzing.
De stropdassen aan het plafond
Wie ooit in Café ’t Mandje is geweest, herinnert zich waarschijnlijk het bijzondere interieur.
Het café hangt vol foto's, vlaggen, souvenirs, briefjes en andere voorwerpen.
Maar vooral de afgeknipte stropdassen vallen op.
Daar zit een beroemd verhaal achter.
Bet had de gewoonte om bij mannelijke gasten soms de stropdas af te knippen.
Volgens een bekende uitleg deed ze dat omdat ze niet hield van mannen die zich belangrijker voelden dan anderen.
Een nette stropdas mocht in haar café geen teken van superioriteit zijn.
Maar haar zus Greet vertelde later een andere versie.
Volgens Greet wilde Bet vooral een herinnering bewaren aan gezellige avonden.
Wanneer ze het leuk had gehad met gasten, vroeg ze hen soms iets achter te laten.
Dat kon een visitekaartje zijn.
Een foto.
Een briefje.
Een schoen.
Of een stropdas.
Zo groeide het interieur langzaam uit tot een verzameling herinneringen.
Er kwamen zelfs allerlei bizarre voorwerpen tussen te hangen, zoals een kunstgebit en opgezette dieren.
Het café werd bijna een museum van zijn eigen bezoekers.
Ieder voorwerp had een verhaal.
En Bet hoefde er alleen maar naar te kijken om zich de mensen en gebeurtenissen te herinneren.
Op Koninginnedag mocht iedereen dansen
Een van Bets grootste liefdes was het Nederlandse koningshuis.
Ze was uitgesproken Oranjegezind.
In het café hingen portretten van leden van de koninklijke familie en op Koninginnedag werd uitgebreid feestgevierd.
Maar Bet gaf daar haar eigen draai aan.
Normaal gesproken mochten mensen in cafés niet zomaar dansen zonder speciale vergunning.
Op bepaalde feestdagen golden uitzonderingen.
En daar maakte Bet gebruik van.
Op Koninginnedag werd het biljart uit elkaar gehaald om ruimte te maken.
De muziek ging aan.
En er werd gedanst.
Niet alleen mannen met vrouwen.
Maar ook mannen met mannen en vrouwen met vrouwen.
Dat was in het Amsterdam van de jaren dertig bijzonder.
Op veel andere plekken zou zulk gedrag tot problemen hebben geleid.
Maar in ’t Mandje gebeurde het gewoon.
Acteur Albert Mol herinnerde zich later hoe uitzonderlijk die feesten waren.
Mensen konden er dansen met degene met wie ze wilden dansen, zonder dat de andere gasten daar vreemd van opkeken.
De feesten werden legendarisch.
En ze droegen bij aan de reputatie van Bet als de vrouw bij wie Amsterdam soms net iets vrijer was dan daarbuiten.
De oorlogsjaren: gevaar achter de cafédeur
Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, veranderde ook het leven op de Zeedijk.
De bezetting bracht nieuwe regels, verboden en gevaren.
De Duitse autoriteiten beschouwden delen van de Amsterdamse uitgaansbuurt als ongewenst terrein voor hun militairen.
Maar niet iedereen hield zich aan die voorschriften.
Ook Duitse soldaten bezochten soms de cafés op de Zeedijk.
Dat maakte het leven voor Bet ingewikkeld.
Over haar activiteiten tijdens de oorlog bestaan verschillende bijzondere verhalen.
Zo zou ze Joodse onderduikers verborgen hebben gehouden.
Ook zou ze in het pand wapens hebben verstopt voor haar broer, die in het verzet zat.
Volgens een bekende anekdote kwamen Duitse militairen eens gevaarlijk dicht bij het ontdekken van verborgen wapens, maar wist Bet hen met haar grote mond en snelle optreden weer naar buiten te werken.
Deze gebeurtenissen worden in historische publicaties beschreven, maar niet alle details zijn onafhankelijk te controleren.
Sommige verhalen zijn via mondelinge overlevering bewaard gebleven.
Wat wel duidelijk is, is dat Bet in de oorlogsjaren haar café bleef gebruiken als ontmoetingsplek voor mensen met uiteenlopende achtergronden.
Ze bleef bovendien een uitgesproken bewonderaar van het Nederlandse koningshuis.
Portretten van de Oranjes bleven voor haar belangrijk.
In een tijd waarin zulke loyaliteit aan het Nederlandse koningshuis gevoelig lag, was dat niet zonder betekenis.
De vrouw achter de grote mond
Wie alleen de verhalen over haar motor, drankgebruik en stropdassen kent, zou kunnen denken dat Bet vooral een luidruchtige kroegbazin was.
Maar mensen die haar kenden, vertelden ook een andere kant.
Bet was gul.
Ze gaf geld aan mensen en organisaties die hulp nodig hadden.
Hoewel ze zelf niet meer actief deelnam aan het katholieke kerkelijke leven, bleef ze financiële steun geven aan de kerk.
Ook het Leger des Heils kon op haar rekenen.
Dat bracht haar in contact met een andere bijzondere Amsterdamse vrouw.
Majoor Bosshardt.
De bekende heilssoldate die zich jarenlang inzette voor mensen in kwetsbare omstandigheden op en rond de Wallen.
Toen Bet later ziek werd, speelde majoor Bosshardt een belangrijke rol bij haar ondersteuning.
Het is een opmerkelijke verbinding.
Een openlijk lesbische kroegbazin met een ruig uitgaanscafé.
En een vrouw van het Leger des Heils die haar leven wijdde aan hulpverlening.
Ze kwamen uit totaal verschillende werelden.
Maar vonden elkaar in hun betrokkenheid bij mensen.
Ook dat was Bet.
Ze kon hard optreden, veel drinken en stevig ruzie maken.
Maar ze kon ook bijzonder zorgzaam en vrijgevig zijn.
De vrouw die van haar café haar leven maakte
Bet runde ’t Mandje veertig jaar lang.
Ze was niet alleen de eigenaresse.
Ze was ook het gezicht, de stem en het karakter van de zaak.
Haar aanwezigheid bepaalde de sfeer.
Wanneer ze achter de bar stond, wist iedereen wie de baas was.
Maar naarmate ze ouder werd, ging het leven steeds meer zijn tol eisen.
Bet stond bekend als een stevige drinker.
Ze leefde niet bepaald volgens de adviezen die een arts haar zou hebben gegeven.
Haar jongere zus Greet nam geleidelijk meer werkzaamheden over.
Greet stond achter de bar, regelde praktische zaken en hield het huishouden draaiende.
Dat was niet altijd gemakkelijk.
Volgens de familiegeschiedenis kon Bet een lastige werkgeefster zijn.
Ze had een sterke persoonlijkheid en liet zich niet graag vertellen wat ze moest doen.
Toch bleef Greet bij haar.
De twee zussen waren op hun eigen manier onlosmakelijk verbonden met het café.
Bet was de legende.
Greet zorgde ervoor dat de zaak bleef draaien.
Een afscheid op haar eigen biljart
Op 16 juli 1967 overleed Bet van Beeren.
Ze was 65 jaar.
Haar dood betekende het einde van een tijdperk op de Zeedijk.
Maar haar afscheid paste volledig bij de manier waarop ze had geleefd.
Volgens de familiegeschiedenis lag Bet na haar overlijden twee dagen opgebaard op het biljart in haar eigen café.
Het biljart waar zoveel gasten omheen hadden gestaan.
Waar op Koninginnedag ruimte werd gemaakt voor dansende stellen.
En waar ontelbare gesprekken waren gevoerd.
Nu lag de vrouw die veertig jaar het middelpunt van die wereld was geweest zelf op de tafel.
Vrienden en bekenden konden afscheid nemen op de plek die zo sterk met haar verbonden was.
Zelfs na haar dood bleef Bet dus nog even in haar eigen café.
Greet houdt de herinnering levend
Na Bets overlijden nam haar jongere zus Greet de zaak over.
Aanvankelijk zag ze daar erg tegenop.
Bet was een imposante persoonlijkheid geweest.
Het was moeilijk om in haar voetsporen te treden.
Maar Greet hield het café open.
Ze bouwde haar eigen band met bezoekers op en werd zelf een geliefd gezicht op de Zeedijk.
Net als Bet hield ze van muziek, verhalen en een gezellige avond.
Ze kon oude Amsterdamse liedjes zingen en had haar eigen vormen van humor.
Maar de Zeedijk veranderde.
In de jaren zeventig en tachtig kreeg de buurt steeds meer te maken met drugshandel, verslaving en overlast.
De sfeer op straat werd grimmiger.
Het werd moeilijker om het café op dezelfde manier voort te zetten.
In 1982 besloot Greet de deuren te sluiten.
Na 55 jaar kwam er een einde aan het dagelijks caféleven in ’t Mandje.
Maar Greet deed iets bijzonders.
Ze liet het interieur intact.
De stropdassen bleven hangen.
De foto's bleven aan de muren.
De souvenirs bleven waar ze waren.
Zelf woonde ze boven het café en zorgde ze ervoor dat alles werd onderhouden.
Ze maakte schoon, luchtte de ruimte en hield de herinnering aan haar zus levend.
Het café stond jarenlang leeg, maar het zag er nog altijd uit alsof de gasten ieder moment konden terugkomen.
Zesentwintig jaar gesloten, maar nooit vergeten
Van 1982 tot 2008 bleef ’t Mandje grotendeels gesloten.
Toch verdween het café niet uit het geheugen van Amsterdam.
De verhalen bleven bestaan.
Mensen herinnerden zich de feesten, de bijzondere gasten en de vrouw die vroeger achter de bar had gestaan.
Tijdens de Gay Games van 1998, toen Amsterdam tienduizenden internationale bezoekers ontving, ging het café zelfs een week lang open.
Het was een eerbetoon aan Bet.
En een bijzondere verbinding tussen de geschiedenis van de Amsterdamse homocultuur en de grote internationale viering van diversiteit die de stad dat jaar organiseerde.
Ook het Amsterdam Museum kreeg belangstelling voor het historische interieur.
Er werd een replica van het café gemaakt, waarin originele voorwerpen een plek kregen.
Zo werd ’t Mandje niet alleen een voormalige kroeg.
Het werd cultureel erfgoed.
Een tastbare herinnering aan een tijd waarin mensen op slechts enkele plekken openlijk zichzelf konden zijn.
De nicht die het café terugbracht
In 2007 verkocht Greet het café aan haar nicht Diana van Laar.
Kort daarna overleed Greet.
Diana besloot dat het verhaal van Bet en Greet niet mocht verdwijnen.
Ze wilde het café opnieuw openen.
Maar niet als een moderne bar waarin alle oude herinneringen werden vervangen.
Het historische karakter moest behouden blijven.
De foto's, stropdassen, meubels en souvenirs waren geen gewone decoratie.
Ze vertelden het verhaal van generaties bezoekers.
Na een grondige opknapbeurt ging Café ’t Mandje op 29 april 2008 opnieuw open.
Precies op tijd voor een nieuw Oranjefeest.
Zoals Bet het vroeger zo graag organiseerde.
Na 26 jaar was er opnieuw leven in het kleine café aan de Zeedijk.
De geschiedenis krijgt een nieuwe toekomst
Het verhaal van ’t Mandje kreeg in de jaren daarna nog een bijzonder vervolg.
In december 2020 kocht NV Zeedijk het pand van de familie.
Daarbij werd afgesproken dat het historische karakter van het café behouden moest blijven.
Om dat mogelijk te maken, werd Stichting ’t Mandje 1927 opgericht.
De stichting kreeg als doel om het materiële en immateriële erfgoed van het café te beschermen.
Het ging niet alleen om het bewaren van spullen.
Maar ook om het levend houden van de ideeën waarvoor Bet bekendstond.
Gelijkwaardigheid.
Respect.
En een plek waar mensen welkom zijn, ongeacht hun achtergrond of seksuele oriëntatie.
In 2024 en 2025 volgde een grote renovatie.
Het historische pand werd technisch verbeterd en verduurzaamd.
Dak en gevels werden geïsoleerd.
Kozijnen werden vernieuwd.
Het interieur werd zorgvuldig tijdelijk verwijderd en vervolgens teruggebracht.
Op de eerste verdieping kwam een ruimte die het leven van Bet van Beeren zichtbaar moet maken.
En op de hogere verdiepingen werden drie kamers gerealiseerd waarin bezoekers kunnen overnachten.
Het café heropende in juni 2025.
Bijna honderd jaar nadat Bet haar eerste gasten had ontvangen, begon opnieuw een hoofdstuk in de geschiedenis van ’t Mandje.
De erfenis van Bet is nog springlevend
In februari 2027 is het honderd jaar geleden dat Bet van Beeren op haar 25ste het café van haar oom overnam.
Het eeuwfeest van Café ’t Mandje komt in zicht.
Het café bestaat nog steeds op hetzelfde adres: Zeedijk 63.
De zaak is gewoon open voor bezoekers.
Je kunt er nog altijd een drankje bestellen.
De foto's en voorwerpen bekijken.
En nadenken over de mensen die hier in de afgelopen eeuw samenkwamen.
Maar het café is inmiddels meer dan een horecazaak.
Het staat in de Canon van Amsterdam.
Het Amsterdam Museum bewaart voorwerpen en verhalen over Bet.
En in het project Vrouwen van Amsterdam — een ode krijgt ze opnieuw aandacht als een vrouw die het karakter van de stad mede heeft gevormd.
Dat is een opmerkelijke ontwikkeling.
Want toen Bet in 1927 haar café begon, was ze simpelweg een jonge Amsterdamse onderneemster die haar eigen leven wilde leiden.
Ze zal niet hebben voorzien dat historici, musea en bezoekers uit de hele wereld bijna honderd jaar later haar naam zouden kennen.
De vrouw die Amsterdam een beetje vrijer maakte
Bet van Beeren was geen politicus.
Ze schreef geen manifesten over emancipatie.
Ze richtte geen grote maatschappelijke organisatie op.
En ze hield waarschijnlijk niet veel toespraken over gelijke rechten.
Ze deed iets anders.
Ze opende een café.
En ze liet mensen binnen die elders niet altijd welkom waren.
Dat lijkt misschien eenvoudig.
Maar in het Amsterdam van de jaren twintig, dertig en veertig was het bijzonder.
Ze bood een plek aan homoseksuele mannen en lesbische vrouwen uit verschillende sociale klassen.
Ze liet mensen met elkaar omgaan die buiten haar café misschien nooit naast elkaar zouden zitten.
En ze weigerde zelf te doen alsof haar liefde voor vrouwen iets was waarvoor ze zich moest schamen.
Dat maakte haar niet heilig.
Bet kon lastig zijn, stevig drinken, ruzie maken en zich weinig aantrekken van de gevoelens van anderen.
Maar juist die tegenstrijdigheden maken haar tot een mens van vlees en bloed.
Niet een keurig voorbeeld uit een geschiedenisboek.
Maar een eigenzinnige Amsterdamse vrouw die haar leven leefde zoals zij dat wilde.
De koningin van de Zeedijk
De bijnaam kreeg ze niet voor niets.
Bet was de koningin van de Zeedijk.
Niet omdat ze rijk of machtig was.
Maar omdat ze een kleine wereld had gemaakt waarin haar eigen regels golden.
Een wereld met bier, muziek, afgeknipte stropdassen en een porseleinen uiltje.
Waar mannen met mannen dansten.
Waar vrouwen met vrouwen dansten.
Waar een zeeman naast een kunstenaar zat.
En waar een vrouw in een leren jas de baas was.
Amsterdam staat tegenwoordig internationaal bekend als een stad van vrijheid, tolerantie en diversiteit.
Die reputatie is niet vanzelf ontstaan.
Ze is mede gevormd door mensen die, vaak lang voordat de samenleving veranderde, ruimte maakten voor een ander.
Bet van Beeren was zo iemand.
En misschien is dat wel de mooiste gedachte wanneer je vandaag Café ’t Mandje binnenloopt.
Dat je niet zomaar een biertje drinkt in een oude Amsterdamse kroeg.
Maar op een plek staat waar bijna een eeuw geleden al werd geoefend met een vrijer Amsterdam.
Bet van Beeren veranderde de wereld niet met grote woorden. Ze deed het door haar cafédeur open te zetten.
En dat maakt haar een bijzondere Amsterdammer.
Bronnen
IHLIA LGBTI Heritage (Bet van Beeren), Stadsarchief Amsterdam (Koningin van de Zeedijk), Café ’t Mandje (geschiedenis en Stichting ’t Mandje 1927), De Lage Landen (Tijmen van Voorthuizen, Bet van Beeren, de kroegbazin die een vrijplaats creëerde, november 2024), het Amsterdam Museum (Vrouwen van Amsterdam) en NV Zeedijk over de renovatie van Zeedijk 63 (juni 2025). Sommige kleurrijke anekdotes over Bet zijn overgeleverd door familieleden en oud-bezoekers; waar de historische zekerheid beperkt is, staat dat in de tekst.
Reacties (0)
Log in om te reageren.
Meer verhalen over Amsterdam
Alle verhalen →
Vlieger: de Amsterdamse papierwinkel die al 157 jaar weigert gewoon te worden
Redactie Amsterdammers.love · 15 min lezen

Fred Oosting (76): zestig jaar op het Waterlooplein, van oude dweilen tot toeristensouvenirs
Redactie Amsterdammers.love · 10 min lezen

Annick van Hardeveld (21): de Amsterdamse die op de dag van de bevrijding werd doodgeschoten
Redactie Amsterdammers.love · 14 min lezen