Gebeurtenis · week 45
De belegering van Felix Meritis: de dag waarop Amsterdammers elkaar te lijf gingen om een oorlog 1.500 kilometer verderop
Op zondag 4 november 1956 veranderde een statig pand aan de Keizersgracht in een belegerde vesting. Honderden woedende Amsterdammers verzamelden zich voor het hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland. Er vlogen stenen door de ramen, er werden pogingen gedaan het gebouw in brand te steken en binnen bereidden honderden communisten zich voor op een gewelddadige confrontatie. De politie verloor de controle. Het opmerkelijkste? De aanleiding lag niet in Amsterdam, maar in Hongarije, waar Sovjettanks diezelfde ochtend een opstand neersloegen. Precies zeventig jaar later vertelt deze gebeurtenis een bijzonder verhaal over vrijheid, politieke overtuigingen en de gevaren van massale woede.

Een zondagmorgen die Nederland veranderde
Het is zondag 4 november 1956. Nederland slaapt uit. Voor veel gezinnen is zondag de enige vrije dag van de week. Er wordt naar de kerk gegaan, familie bezocht of thuis naar de radio geluisterd. De televisie staat nog in de kinderschoenen. Het nieuws komt vooral uit de radio. Maar deze ochtend klinkt er iets anders dan de gebruikelijke zondagsprogramma's.
Die ochtend worden de Nederlandse luisteraars opgeschrikt door een radioverslag uit Boedapest. Radioverslaggever Alfred van Sprang meldt vanuit het Dunahotel dat Sovjettroepen de Hongaarse hoofdstad zijn binnengevallen. Er rijden tanks door de straten. Er wordt geschoten. En de Hongaren die bijna twee weken eerder tegen hun communistische regering in opstand waren gekomen, vechten voor hun vrijheid.
Voor veel Nederlanders roept het nieuws herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog. Nederland is pas elf jaar bevrijd van de Duitse bezetting. En nu gebeurt in een ander Europees land opnieuw iets wat veel mensen als een buitenlandse militaire onderdrukking beschouwen. De verontwaardiging is enorm. Ook in Amsterdam. Maar niemand kan op die vroege zondagmorgen vermoeden dat de woede binnen enkele uren zal uitmonden in een van de opmerkelijkste politieke rellen uit de geschiedenis van de stad.
Wat gebeurde er in Hongarije?
Om de gebeurtenissen in Amsterdam te begrijpen, moeten we terug naar 23 oktober 1956. In de Hongaarse hoofdstad Boedapest gaan studenten de straat op. Ze eisen politieke hervormingen, meer vrijheid en minder invloed van de Sovjet-Unie. Hongarije behoort op dat moment tot het Oostblok. Hoewel het land een eigen regering heeft, wordt het sterk gecontroleerd door Moskou.
De demonstraties groeien snel. Arbeiders sluiten zich aan. Opstandelingen nemen gebouwen in en komen in gevecht met de veiligheidstroepen. De hervormingsgezinde politicus Imre Nagy wordt opnieuw premier. Even lijkt het alsof de Hongaren hun vrijheid kunnen herwinnen. Op 1 november kondigt Nagy zelfs aan dat Hongarije uit het Warschaupact wil stappen en neutraal wil worden.
Voor de Sovjet-Unie is dat onacceptabel. In de vroege ochtend van 4 november trekken Sovjettroepen massaal Hongarije binnen. De opstand wordt met geweld neergeslagen. In de daaropvolgende dagen komen duizenden Hongaren om het leven. Ongeveer 200.000 mensen ontvluchten het land. Voor de buitenwereld is het een schokkende gebeurtenis. En in Amsterdam krijgt die schok een heel bijzondere uitwerking.
Waarom juist de Keizersgracht?
Aan de Keizersgracht 324 staat Felix Meritis. Het is een indrukwekkend achttiende-eeuws gebouw, oorspronkelijk gebouwd voor een genootschap dat zich bezighield met kunst, wetenschap en maatschappelijke ontwikkeling. Maar in 1956 heeft het pand een heel andere functie. Het is het hoofdkantoor van de Communistische Partij Nederland, de CPN. Ook de redactie en drukkerij van de communistische krant De Waarheid zijn er gevestigd.
Die krant heeft een bijzondere geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen De Waarheid illegaal en speelden communisten een belangrijke rol in het Nederlandse verzet tegen de Duitse bezetter. Maar na de oorlog veranderde het politieke klimaat. De Koude Oorlog verdeelde Europa in twee machtsblokken. Aan de ene kant de Verenigde Staten en hun bondgenoten. Aan de andere kant de Sovjet-Unie en de communistische staten van Oost-Europa.
De CPN bleef sterk verbonden met Moskou. Toen de Hongaarse opstand uitbrak, nam de partij grotendeels het standpunt van de Sovjetleiding over. De opstandelingen werden door de communistische partijleiding voorgesteld als reactionaire krachten die het socialisme wilden vernietigen. Dat maakte veel Nederlanders woedend. Zij zagen op de radio en in de kranten berichten over Hongaarse burgers die voor hun vrijheid vochten.
Maar De Waarheid gaf een totaal andere uitleg. Het gebouw aan de Keizersgracht werd daardoor het symbool van alles waartegen de woede zich richtte.
Een ongelukkige filmvoorstelling
Op diezelfde zondagmorgen speelt zich aan de Nieuwendijk een merkwaardig tafereel af. In bioscoop Royal wordt een speciale filmvoorstelling gehouden voor lezers van De Waarheid. Dat gebeurt vaker. De communistische krant huurt de bioscoop regelmatig af om films uit Oost-Europa te vertonen. De film van deze ochtend heeft een opvallende titel: De tankbrigade valt aan.
De film is afkomstig uit Tsjecho-Slowakije en verheerlijkt de strijd van het Sovjetleger tegen nazi-Duitsland. Maar juist die ochtend rijden Sovjettanks door Boedapest. De overeenkomst is pijnlijk. De film was al lang tevoren geprogrammeerd, maar de titel lijkt nu bijna een provocatie. Tijdens de voorstelling verschijnt partijbestuurder Henk Hoekstra achter de coulissen. Hij heeft slecht nieuws.
De bijeenkomst moet worden afgebroken. De partijleiding verwacht ernstige ongeregeldheden in Amsterdam. De film wordt gestopt. De bezoekers verlaten de bioscoop. En partijleden worden opgeroepen om naar Felix Meritis te komen. Daar moeten ze helpen het gebouw te beschermen.
De eerste demonstranten verzamelen zich
Tegen het middaguur verschijnen de eerste groepen mensen op de Keizersgracht. Aanvankelijk zijn het nieuwsgierige voorbijgangers. Sommigen blijven staan. Anderen beginnen te roepen. Maar naarmate de nieuwsberichten over Hongarije elkaar opvolgen, wordt de sfeer grimmiger. De menigte groeit. Er klinken beledigingen richting het gebouw. De mensen binnen worden uitgemaakt voor verraders. En dan ontstaat een leus die de hele dag zal blijven klinken.
De Waarheid kapot, Felix op slot!
De woorden worden door steeds meer mensen overgenomen. Voor de demonstranten staat Felix Meritis symbool voor een partij die de onderdrukking in Hongarije probeert goed te praten. Voor de communisten binnen is het juist hun eigen politieke thuisbasis, opgebouwd met bijdragen van leden en sympathisanten. Twee groepen Nederlanders staan tegenover elkaar. En beide zijn ervan overtuigd dat ze aan de juiste kant van de geschiedenis staan.
De onverwachte rol van Simon Carmiggelt
Een van de opmerkelijkste gebeurtenissen van die zondag heeft te maken met een bekende Amsterdamse schrijver. Simon Carmiggelt. Carmiggelt is in 1956 al beroemd door zijn dagelijkse stukjes in Het Parool, die verschijnen onder de titel Kronkel. Hij woont in Amsterdam en staat bekend als een bedachtzame, ironische observator van het dagelijks leven. Niet bepaald het type dat je als gewelddadige relschopper zou verwachten.
Maar op 4 november is ook hij diep geraakt door het nieuws uit Hongarije. Samen met zijn vrouw Tiny loopt hij richting Felix Meritis. Bij het gebouw hangt een vitrine met een exemplaar van De Waarheid. Carmiggelt leest hoe de krant de Hongaarse opstandelingen beschrijft. En plotseling verliest hij zijn zelfbeheersing. Hij slaat het glas van de vitrine kapot.
Of hij het ruitje werkelijk inslaat of indrukt, daarover verschillen de herinneringen van getuigen. Maar het glas breekt. Omstanders raden hem aan door te lopen. Carmiggelt weigert. Hij vindt dat hij verantwoordelijk is voor wat hij heeft gedaan. Wanneer twee agenten verschijnen, laat hij zich meenemen. Carmiggelt komt er relatief gemakkelijk vanaf. Maar uit protest schrijft hij die week geen nieuwe Kronkels.
Het is een opmerkelijk moment. Zelfs een schrijver die beroemd is om zijn milde humor en menselijke observaties, laat zich op deze dag meeslepen door zijn woede.
Binnen wordt de verdediging georganiseerd
Terwijl de menigte buiten groeit, bereiden de communisten zich binnen voor. Partijbestuurders roepen leden op om naar Felix Meritis te komen. Er worden posten ingericht. De toegangen worden bewaakt. En er wordt gezocht naar voorwerpen waarmee het gebouw kan worden verdedigd. Stoelpoten. Houten stokken. Metalen pijpen. Alles wat bruikbaar is, wordt verzameld. De verdedigers weten dat de menigte buiten steeds groter wordt.
Sommige communisten zijn zelf diep geschokt door het geweld in Hongarije. Binnen de partij bestaan ernstige twijfels over de koers van Moskou. Maar dat betekent niet dat deze leden bereid zijn hun partijgebouw aan een woedende menigte over te laten. Voor hen is dit niet alleen een politiek conflict. Het gaat ook om hun persoonlijke veiligheid.
En om de vraag of een groep mensen het recht heeft een gebouw binnen te dringen en anderen met geweld het zwijgen op te leggen. Uiteindelijk verzamelen zich honderden communisten in en rond het gebouw. Felix Meritis verandert in een belegerde vesting.
De stenen vliegen door de lucht
In de loop van de middag en avond loopt de situatie volledig uit de hand. Steeds meer mensen verzamelen zich in de omgeving van de Keizersgracht. Er worden stenen naar het gebouw gegooid. Ruiten sneuvelen. De voordeur wordt aangevallen. Volgens historische beschrijvingen halen demonstranten een zware dreghaak van een brug. Daarmee proberen ze de deuren open te rammen.
Binnen proberen de communisten stand te houden. Buiten klinkt voortdurend geschreeuw. De politie probeert de straat af te zetten. Maar de agenten slagen er niet in het geweld te beëindigen. Voor een deel komt dat doordat de autoriteiten de omvang van de rellen aanvankelijk onderschatten. Daarnaast bestaat onder bestuurders en agenten begrip voor de woede over de gebeurtenissen in Hongarije.
Dat maakt het optreden tegen de demonstranten minder vanzelfsprekend. Maar de situatie wordt steeds gevaarlijker. Het protest tegen buitenlandse onderdrukking verandert in geweld tegen politieke tegenstanders in de eigen stad.
De pogingen om het gebouw in brand te steken
Wanneer de avond valt, is de sfeer op de Keizersgracht nog grimmiger geworden. Demonstranten gooien brandende doeken en andere brandbare voorwerpen door kapotte ramen. Er worden pogingen gedaan het gebouw in brand te steken. Voor de mensen binnen is dat een levensgevaarlijke ontwikkeling. Felix Meritis is een groot historisch gebouw met meerdere verdiepingen, gangen en zalen.
Er bevinden zich veel mensen binnen. Een ernstige brand zou rampzalige gevolgen kunnen hebben. De verdedigers proberen de aanvallen af te slaan. Ondertussen groeit het gevoel dat ze door de autoriteiten in de steek worden gelaten. Partijbestuurders proberen hulp te krijgen. Maar het duurt voordat de politie daadwerkelijk in staat is het gebouw voldoende te beschermen.
Het is een van de meest verontrustende aspecten van de gebeurtenis. De demonstranten protesteren tegen het neerslaan van een vrijheidsbeweging. Maar ondertussen proberen sommigen met geweld het hoofdkantoor van een andere politieke partij binnen te dringen. De grens tussen protest en politieke intimidatie is inmiddels ruimschoots overschreden.
Flesjes priklimonade vanaf het dak
Diep in de nacht bereiken de gebeurtenissen een bijna absurd hoogtepunt. Het is inmiddels maandag 5 november. Rond drie uur 's nachts klimmen verdedigers van Felix Meritis op het dak. Ze hebben een opmerkelijk middel gevonden om de menigte beneden uiteen te drijven. Flesjes priklimonade. De flessen worden vanaf het dak naar beneden gegooid. Maar beneden weten de demonstranten niet wat erin zit.
Sommigen denken dat er zoutzuur naar hen wordt geworpen. Er ontstaat paniek. Mensen trekken zich terug. De actie helpt om de directe druk op het gebouw te verminderen. Het is een merkwaardig detail in een verder zeer ernstige gebeurtenis. Een groep communisten die zich met frisdrankflessen verdedigt tegen een woedende menigte die denkt met een bijtende chemische stof te worden aangevallen.
Maar het laat ook zien hoe geïmproviseerd de verdediging was. De mensen binnen beschikten niet over een professionele veiligheidsorganisatie. Ze moesten zichzelf zien te beschermen met wat er in het gebouw beschikbaar was.
De krant verschijnt gewoon
Na een nacht vol geweld is Felix Meritis ernstig beschadigd. Ruiten zijn vernield. Er is geprobeerd de deur te forceren. Het gebouw is aangevallen met stenen en brandende voorwerpen. Maar de demonstranten hebben hun belangrijkste doel niet bereikt. De communistische krant De Waarheid verschijnt de volgende ochtend gewoon. Voor de partijleiding is dat een belangrijke overwinning.
De krant veroordeelt de aanvallen op haar gebouwen en spreekt over georganiseerd vandalisme. De berichtgeving over Hongarije blijft sterk beïnvloed door het Sovjetstandpunt. Dat wekt opnieuw woede bij veel Nederlanders. De gebeurtenissen zijn dan ook nog niet voorbij.
Maandag 5 november: opnieuw de straat op
De volgende dag komen in heel Nederland mensen bijeen om te protesteren tegen het geweld in Hongarije. Ook in Amsterdam gaan grote groepen de straat op, onder wie veel studenten. Ze komen uit verschillende politieke, maatschappelijke en religieuze kringen. De verontwaardiging over de Sovjetinval verbindt groepen die het over andere onderwerpen vaak oneens zijn. Er worden toespraken gehouden.
Er wordt gesproken over vrijheid, democratie en solidariteit met het Hongaarse volk. Maar ook de roep om maatregelen tegen Nederlandse communisten klinkt steeds luider. Sommige demonstranten vinden zelfs dat de CPN verboden moet worden. De emoties zijn nog altijd hoog opgelopen. En opnieuw eindigen de protesten niet overal vreedzaam. Die avond ontstaan nieuwe rellen. Bij Felix Meritis en andere communistische gebouwen wordt opnieuw geweld gebruikt.
De politie is inmiddels beter voorbereid. Er wordt harder opgetreden tegen relschoppers. Ook in andere Nederlandse steden ontstaan confrontaties. De onrust beperkt zich dus niet tot Amsterdam. Maar juist de belegering van Felix Meritis wordt het bekendste beeld van deze dagen.
De rol van de burgemeester
De Amsterdamse burgemeester is in 1956 Arnold d'Ailly. Zijn reactie op het geweld wordt later onderwerp van discussie. Wanneer gemeenteraadslid Wim Jansz hem die zondag herhaaldelijk belt met het verzoek politie te sturen, antwoordt D'Ailly dat de bevolking verbolgen is en dat veel agenten met verlof zijn. Later blijkt dat er op het hoofdbureau wel reservepersoneel klaarstond.
Hij krijgt kritiek omdat de politie niet krachtig genoeg zou hebben opgetreden tegen de aanvallen op communistische gebouwen. In latere historische onderzoeken wordt beschreven hoe deze aanvankelijke terughoudendheid de situatie verergerde. Het probleem was dat politieke sympathie en handhaving van de openbare orde door elkaar dreigden te lopen. Veel bestuurders keurden het Sovjetoptreden af.
Maar dat betekende niet dat mensen daarom het recht hadden politieke tegenstanders aan te vallen. Juist in een democratie moet de overheid ook de veiligheid beschermen van mensen wier ideeën sterk worden afgewezen. De gebeurtenissen van november 1956 werden daarom een belangrijk voorbeeld van de gevaren die ontstaan wanneer een overheid onvoldoende afstand houdt tot de emoties van een woedende menigte.
De communisten raken steeds meer geïsoleerd
De Hongaarse opstand en de gebeurtenissen in Amsterdam hebben grote gevolgen voor de CPN. Al vóór november 1956 bestaat er binnen de partij onvrede over het beleid van de Sovjet-Unie. Eerder dat jaar heeft Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in een geheime rede ernstige misdaden van Stalin veroordeeld. Dat leidt bij communisten in heel Europa tot verwarring.
Sommigen beginnen te twijfelen aan de politieke leiding in Moskou. Anderen blijven de Sovjet-Unie verdedigen. De inval in Hongarije maakt die verdeeldheid groter. Ook in Nederland vertrekken leden uit de CPN. Leden leveren hun lidmaatschapsboekje in. De partij verliest honderden leden, en duizenden lezers zeggen hun abonnement op De Waarheid op. Maar het belangrijkste gevolg is misschien wel het politieke isolement.
De CPN komt nog verder buiten de Nederlandse politieke verhoudingen te staan. De partij zal nog jarenlang worstelen met de gevolgen van haar houding tegenover de Hongaarse opstand.
Niet alleen woede, maar ook hulp
Toch is het verhaal van november 1956 niet uitsluitend een verhaal over geweld. Er gebeurt tegelijkertijd iets anders in Amsterdam. Terwijl demonstranten op de Keizersgracht stenen gooien, organiseren andere Amsterdammers hulp voor mensen die Hongarije ontvluchten. Er worden inzamelingsacties gehouden. Gezinnen bieden aan vluchtelingen onderdak te geven. Kerken en maatschappelijke organisaties proberen opvang te regelen.
Uiteindelijk neemt Nederland ongeveer drieduizend Hongaarse vluchtelingen op. Hoeveel daarvan in Amsterdam terechtkomen, is niet precies bekend. Maar uit de archieven blijkt dat veel stadsgenoten bereid zijn om mensen in huis te nemen. Een van de bijzondere voorbeelden is het gezin Vogel. Andor Vogel, zelf van Hongaarse afkomst, woont met zijn familie aan de Michelangelostraat in Amsterdam-Zuid.
Wanneer mevrouw Vardy en haar zoon Peter uit Hongarije vluchten, biedt het gezin hun onderdak. Ze proberen de nieuwkomers zo snel mogelijk op hun gemak te stellen. Maar daar blijft het niet bij. Ook een veertienjarig meisje, Marianne, komt naar Amsterdam. Ze is een nichtje van Andor en heeft haar ouders verloren. Het gezin besluit ook haar op te nemen.
Andor geeft zelfs zijn werkkamer op om ruimte voor haar te maken. Het is een klein, persoonlijk verhaal dat in het Stadsarchief Amsterdam bewaard is gebleven. En het laat een heel andere kant van die novemberdagen zien. Terwijl de ene groep Amsterdammers op straat haar woede uit, probeert een andere groep mensen daadwerkelijk te helpen.
De twee gezichten van Amsterdam
De gebeurtenissen van 4 en 5 november 1956 laten een opvallende tegenstelling zien. Aan de ene kant de enorme betrokkenheid bij de vrijheid van de Hongaren. Aan de andere kant de bereidheid van sommige demonstranten om geweld te gebruiken tegen mensen met een andere politieke overtuiging. Veel Nederlanders waren terecht geschokt door de gewelddadige onderdrukking van de Hongaarse opstand.
Maar het vernielen van partijgebouwen en het bedreigen van politieke tegenstanders was daarmee niet gerechtvaardigd. Dat verschil werd tijdens de rellen soms volledig uit het oog verloren. Tegelijkertijd toonden andere Amsterdammers hun betrokkenheid door vluchtelingen op te vangen. Niet met stenen. Maar met een logeerkamer. Met eten. Met praktische hulp. En met de bereidheid om het eigen leven tijdelijk aan te passen voor iemand die nergens anders terechtkon.
Het zijn twee totaal verschillende reacties op dezelfde gebeurtenis. En beide maken deel uit van de Amsterdamse geschiedenis.
Het gebouw dat alles overleefde
Felix Meritis werd uiteindelijk niet verwoest. Het gebouw bleef bestaan. Na de tijd van de CPN kreeg het verschillende nieuwe functies. In de loop der jaren ontwikkelde het zich opnieuw tot een plek voor cultuur, debat en maatschappelijke ontmoetingen. In de afgelopen jaren werd het monumentale pand grondig gerestaureerd. De bijzondere zalen en historische details werden behouden en waar nodig vernieuwd.
Vandaag heeft het gebouw opnieuw een publieke functie. Er worden lezingen, debatten, optredens, workshops en andere culturele activiteiten georganiseerd. In het voorjaar van 2026 opende er bovendien een nieuw café: Felix Café. Daarmee kreeg het gebouw een extra ontmoetingsplek voor bezoekers en Amsterdammers. Het is een opmerkelijke ontwikkeling. Hetzelfde pand dat in 1956 door een woedende menigte werd aangevallen vanwege de politieke ideeën die er werden verspreid, presenteert zich zeventig jaar later als een ontmoetingsplek voor uiteenlopende stemmen en perspectieven.
4 november 2026: precies zeventig jaar later
Op woensdag 4 november 2026 is het precies zeventig jaar geleden dat de belegering van Felix Meritis begon. Wie nu langs Keizersgracht 324 loopt, ziet een prachtig gerestaureerd monument. Fietsers rijden voorbij. Bezoekers lopen naar binnen voor een cultureel programma. En in het café wordt koffie gedronken. Niets aan de rustige gevel doet direct denken aan de avond waarop een woedende menigte voor het gebouw stonden te schreeuwen.
Er liggen geen stenen meer op straat. De ruiten zijn heel. En het gebouw wordt niet meer bewaakt door mannen met stoelpoten en metalen pijpen. Maar de geschiedenis is bewaard gebleven. Fotograaf Ed van der Elsken maakte indrukwekkende beelden van de gebeurtenissen. Ook de persfotografen van Anefo legden de rellen vast. Hun foto's laten zien hoe demonstranten en politiemensen tegenover elkaar stonden op de Keizersgracht.
Het Rijksmuseum bewaart verschillende foto's van Van der Elsken. Het Stadsarchief Amsterdam bezit beelden en documenten over de rellen en over de opvang van Hongaarse vluchtelingen. Daardoor is het verhaal zeventig jaar later nog altijd te reconstrueren. Niet alleen vanuit het perspectief van de demonstranten. Maar ook vanuit dat van de communisten, de politie, de journalisten en de vluchtelingen.
Hoe een oorlog ver weg Amsterdam bereikte
Het bijzondere aan de belegering van Felix Meritis is hoe snel een internationale gebeurtenis een stad kan veranderen. In de vroege ochtend komt het nieuws uit Boedapest over de radio. Enkele uren later verzamelen zich mensen op de Keizersgracht. In de middag ontstaat een woedende menigte. In de avond vliegen de stenen door de ramen.
En diep in de nacht gooien verdedigers flesjes frisdrank vanaf het dak om hun belagers te verjagen. Binnen één dag verandert een internationale politieke crisis in een Amsterdamse straatstrijd. Dat gebeurde in 1956. Zonder internet. Zonder sociale media. Zonder smartphones. De radio was voldoende om honderdduizenden mensen te bereiken en diepe emoties op te roepen.
Het laat zien dat de snelheid waarmee nieuws mensen raakt niet uitsluitend iets van onze tijd is. Ook zeventig jaar geleden konden gebeurtenissen aan de andere kant van Europa direct invloed hebben op het dagelijks leven in Amsterdam.
De les van de Keizersgracht
De geschiedenis van 4 november 1956 is niet eenvoudig te verdelen in goede en slechte Amsterdammers. De demonstranten waren boos over een werkelijke tragedie. De Hongaarse opstand werd met geweld neergeslagen en duizenden mensen verloren hun leven. Maar sommige demonstranten gebruikten die verontwaardiging als aanleiding voor intimidatie en vernieling. De communistische partijleiding verdedigde een onderdrukkende buitenlandse machtsingreep.
Maar de mensen in Felix Meritis hadden net zo goed recht op bescherming tegen geweld. En terwijl die groepen tegenover elkaar stonden, besloten andere Amsterdammers vluchtelingen een veilig thuis te bieden. Het maakt de gebeurtenis zo bijzonder. Ze vertelt niet alleen iets over de Koude Oorlog. Maar ook over de manier waarop mensen reageren wanneer hun overtuigingen, angsten en emoties op scherp staan.
Over de kracht van solidariteit. Maar ook over de gevaren van politieke vijandbeelden. En over de verantwoordelijkheid van een overheid om de veiligheid van iedereen te beschermen, ook wanneer de publieke opinie zich massaal tegen een bepaalde groep keert.
De zondag waarop de Koude Oorlog naar Amsterdam kwam
Op 4 november 1956 stonden er geen Sovjettanks in Amsterdam. Er was geen buitenlandse bezetter. En er werd op de Keizersgracht geen oorlog uitgevochten tussen twee landen. Toch voelde het voor veel aanwezigen alsof de Koude Oorlog plotseling hun eigen straat had bereikt. De gevoelens die in Europa tegenover elkaar stonden, kwamen samen voor één Amsterdams gebouw.
In geschreeuw. In woede. In gebroken glas. En in angst. Zeventig jaar later is Felix Meritis opnieuw een plek waar mensen samenkomen om ideeën uit te wisselen. Dat is misschien wel de mooiste tegenstelling van deze geschiedenis. Een gebouw dat ooit werd aangevallen omdat er een omstreden politieke overtuiging werd uitgedragen, is nu opnieuw een huis voor ontmoeting en discussie.
En aan de andere kant van de stad vonden Hongaarse vluchtelingen destijds een plek bij Amsterdammers die hun deuren openzetten. De belegering van Felix Meritis laat zien hoe snel woede mensen tegenover elkaar kan zetten. Maar de opvang van Hongaarse vluchtelingen in diezelfde dagen laat ook zien dat betrokkenheid bij de vrijheid van anderen een heel andere vorm kan aannemen.
Soms met een steen door een ruit. Maar gelukkig ook met een deur die voor iemand wordt geopend. En dat maakt 4 november 1956 een van de bijzonderste gebeurtenissen uit de geschiedenis van Amsterdam.
Bronnen
Ons Amsterdam (4 november 1956: Amsterdammers bestormen Felix Meritis), IsGeschiedenis (Hans Olink, Amsterdam en de Hongaarse opstand van 1956, met herinneringen van ooggetuigen als Simon Carmiggelt), Stadsarchief Amsterdam (Hongaarse vluchtelingen in 1956), Historiek (De CPN en de Hongaarse opstand), Rijksmuseum (foto's van Ed van der Elsken) en Felix Meritis. Felix Meritis vind je aan de Keizersgracht 324.
Reacties (0)
Log in om te reageren.
Meer verhalen over Amsterdam
Alle verhalen →
Vlieger: de Amsterdamse papierwinkel die al 157 jaar weigert gewoon te worden
Redactie Amsterdammers.love · 15 min lezen

Record Palace: de Amsterdamse platenwinkel waar wereldsterren gewoon tussen de bakken staan
Redactie Amsterdammers.love · 16 min lezen

Fred Oosting (76): zestig jaar op het Waterlooplein, van oude dweilen tot toeristensouvenirs
Redactie Amsterdammers.love · 10 min lezen